Koliek.

Een aantal risicofactoren worden geassocieerd met koliek en paarden die een geschiedenis hebben van koliekaanvallen of een koliekoperatie hebben gehad hebben meer kans op nieuwe aanvallen in de toekomst.

Voedingspatroon

Alhoewel specifieke en voorspelbare relaties tussen het voedingspatroon en de incidentie van koliek vaak onduidelijkheid zijn, wordt het dieet van het paard over het algemeen als belangrijk gezien als risicofactor. Constante beschikbaarheid over vers en schoon water kan een significante rol spelen bij de incidentie van koliek. Paarden die op de weide worden gehouden en meer tijd hebben om te grazen, waarbij het gras niet te weelderig aanwezig is, lijkt de kans op koliek te verminderen. Daarnaast lijkt het dat wanneer er te veel paarden op een te klein stuk grond worden gehouden, wanneer paarden plots worden verhuisd van weide naar stal en wanneer paarden ongelimiteerd toegang hebben tot te veel gras het risico op koliek verhogen. Ook het plotseling veranderen van het voer kan een risico zijn.

Veranderingen in activiteiten

Veranderingen in de activiteitsniveau's van het paard worden ook geassocieerd met koliek. Een specifieke relatie tussen activiteit en koliek is echter nog niet duidelijk en speculatief. Er wordt vermoed dat zowel te weinig beweging als teveel beweging de kans op koliek kunnen verhogen. Daarnaast is beweging met lage intensiteit (zoals vrije beweging) belangrijk voor de darmactiviteit.

Tandverzorging

Tandverzorging wordt gezien als een belangrijk component in het voorkomen van koliek. Slechte kauwen kan leiden tot een slechte spijsverteringen slokdarm- en intestinale verstoppingen. Om deze redenen (en anderen) is het raadzaam het paard regelmatig na te laten kijken door een tandarts of gebitsverzorger.

Ontworming

En goed ontwormingsschema wordt gezien als cruciaal in de preventie van koliek. Over het algemeen is de kans op een koliekaanval kleiner op stallen waar een goed ontwormingsschema wordt aangehouden. Vaak zijn ontwormingsschema's ontworpen om het aantal kleine bloedwormen (strongyliden) infecties zo laag mogelijk te houden in paarden. De larven van deze wormen kunnen zich inkapselen in de darmen en worden vaak geassocieerd met verhoogde incidentie van koliek en/of een slechte gezondheid. Lintworminfecties komen minder vaak voor maar worden ook gezien als een veroorzaker van verschillende soorten koliek, waaronder krampkoliek. Andere controle over parasieten is ook belangrijk, zoals het dagelijks uitmesten van de stal, paddocks en weide, begrazing door andere dieren zoals schapen en het op tijd verweiden van de paarden.

Omgevingstemperatuur en weer

Nog steeds is er debat over de invloed van de omgevingstemperatuur en weer op de kans op koliek. Warmer weer wordt geassocieerd met verhoogde uitdroging en daardoor een verhoogde kans op koliek. Koudere temperaturen worden geassocieerd met een verminderde consumptie van water, waardoor ook de kans op koliek groter wordt.

Gedrag

Sommige specifieke gedragingen worden geassocieerd met koliek. Van luchtzuigen werd vaak gedacht dat het koliek veroorzaakt door het "inslikken" van lucht, maar dit lijkt echter onwaarschijnlijk. Het kauwen op hout en pica (het eten van niet-eetbare voorwerpen) kunnen mogelijk koliek veroorzaken door verstopping. Het eten van mest (wat ook valt onder pica) komt vaak voor bij jonge paarden en het kauwen op hout wordt vaak gezien bij paarden die te weinig ruwvoer krijgen. Andere vormen van pica die koliek kunnen veroorzaken zijn het eten van zand of bodembedekking zoals vlas. Het eten van stro kan een risico vormen wanneer het paard te weinig beweging of ander ruwvoer krijgt.




Uiteindelijk wordt de oorzaak van een koliekaanval vaak niet gevonden. Waarschijnlijk spelen meerdere factoren een rol bij de ontwikkeling van een koliekaanval. Echter kan een paardeneigenaar door rekening te houden met de risicofactoren de kans op een koliekaanval proberen zo laag mogelijk houden.