Paardenmensen EN mensen met een paard.



Het plattelandsvolk, zoals ze dat als kind meemaakte, dopte z'n eigen boontjes. Vertrouwd met koeien, varkens, paarden. "Die hoefde je niet te zeggen hoe ze met hun dieren om moesten gaan", stelt Tineke Bartels vast.
Tegenwoordig ziet Tineke Bartels een heel ander slag mensen op een paard klauteren. "Als je in de stad geboren bent, heb je niet die kennis. Dat verwijt ik die mensen niet. Er zit geen gebruiksaanwijzing bij een paard."

Toch baart de ontwikkeling zorgen, dat velen niet bezig zijn met goed paardrijden. "Mensen roepen snel: 'Hij zeker een baaldag.' Maar paarden kennen geen baaldag. Misschien is-ie niet lekker."

Het gros van de mensen heeft geen zin om zich te verdiepen in de kunst van het paardrijden en het wezen van de Happy Athlete, zoals het ros sinds twee jaar gelden in de reglementen van de wereldruiterbond FEI wordt aangeduid. De instructeur die het snelste resultaat boekt, kan op leerlingen rekenen. De hippische beroepsopleiding heeft met het oog op het voortbestaan vooral aandacht voor het aantal instromers en geslaagden en de ruiter wil - op z'n Anky van Grunsvens - prijzen pakken.

"Het is mode dat je met een 5-jarige op Z-niveau rijdt. Dat kun je een paard leren, maar het is de vraag of hij daar ook aan toe is. Tot zeven jaar zie je heel snel vooruitgang, maar daarna komen ze niet verder meer. Hebben ze nog maar de helft van de souplesse die ze hadden toen ze vier waren."

" Africhten is ook een vak", stelt Bartels, die twee maal teamzilver op Olympische Spelen veroverde. "Zo'n paard heeft ook plezier als-ie op z'n vijfde níet Z loopt. Veel ruiters gaan te snel les geven. Investeren niet in zichzelf, rijden te weinig. Klinkt arrogant, maar ik denk dat ik het vak ondertussen wel ken. Ik heb vier olympiadepaarden afgericht.

 


Naam: Jazz
Geslacht: hengst
Ras: KWPN
Geboortejaar: 1991
Kleur: vos
Stokmaat: 1,73 m
Vader: Cocktail
Moeder: Charmante (v. Ulster)

Dat Jazz er op zijn zeventiende nog blij bijloopt, ervaar ik als een compliment. Dat betekent dat hij er geen hekel aan heeft. Als mensen een goed paard van vijf, zes jaar hebben, denken ze dat het net zo waardevol is als Jazz, maar daar zit wel twaalf jaar arbeid tussen."

Het is aan de ruiter om ervoor te zorgen dat het paard goed in zijn vel zit, meent Bartels, die met haar man Joep haar in de loop der jaren ontwikkelde trainingsmethode in het boek Bewuster Paardrijden heeft gevat. Gebruik makend van de expertise van sportpsychologen, wetenschappers en freestyletrainers en in de stiekeme verwachting dat ze met hun zienswijze de aanzet geven tot een soort van Nederlandse rijschool.

"Maar dan zijn we tien jaar verder. Natuurlijk is het beeld dat we voor ogen hebben idealistisch. Maar we proberen vanuit onze verantwoordelijkheid begrip te kweken. Ook bonden en verenigingen hebben daarin een rol. Als de mensen het verhaal maar érgens meekrijgen."

Gevoel voor paardrijden krijg je door te leren communiceren met het dier, zelfkennis en -controle te ontwikkelen, onafhankelijk te leren zitten, effectief hulpen te geven en ruitergevoel te ontwikkelen. Attentie voor het wezen van de Happy Athlete! "Hoe bewuster je processen herkent en erkent, hoe beter je je paard begrijpt."

Het begint al met het besef dat een paard een vluchtdier is. Dat meer beloond wordt door goede afspraken met zijn leider dan met een suikerklontje. De truc tijdens de training is dat het dier op zoek gaat naar beloning in plaats van vlucht voor een straf. De training volgens de methode Bartels werkt er naar toe dat een paard zich volledig openstelt. Dat het dier volgens de definitie van de Happy Athlete een volledige vrijheid van bewegen bereikt. "Een paard vindt het leuk als hij iets kan."

Een paard leert door gewoontevorming (klassieke conditionering) of door operante conditionering. In het eerste geval wordt een aanvankelijk betekenisloze prikkel geassocieerd met een prikkel die wel betekenis heeft. Vergelijkbaar met het Pavlov-effect. Bij operante conditionering (vraag en antwoord) leert het paard van de gevolgen van zijn eigen gedrag. "Je vraagt het paard iets te doen door een hulp met je benen. Als dat geen effect heeft, daag je hem uit door meer te prikkelen. Hij zal proberen die prikkel weg te nemen. Op het moment dat hij goed reageert, neem je de druk meteen weg. Na enkele herhalingen weet het wat hij moet doen. Belangrijk is dat je consequent bent. Het moet te verklaren zijn. Zo gaat het stap voor stap naar meer vaardigheden."