Atypische myopathie

Het is weer herfst en evenals vorige jaren stijgt in deze periode het aantal paarden die kampen met symptomen van atypische myopathie, ook wel weidemyopathie genoemd.

Atypische myopathie is een relatief nieuwe aandoening bij paarden die vaak fataal is. Om juist te kunnen handelen is het belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de symptomen van de ziekte.

Atypische myopathie is een ziekte die sinds het jaar 2000 jaarlijks opnieuw opduikt in België en Nederland. De aandoening werd voor het eerst beschreven in 1984, maar kwam slechts zelden voor tot in 2000. Sinds dat jaar worden jaarlijks meer gevallen waargenomen. Zo werden er in 2000 14 gevallen gemeld in België, terwijl er in 2009 op 30 oktober 32 gevallen gemeld zijn. Dezelfde evolutie wordt ook in onze buurlanden gezien.

Atypische myopathie is een ernstige vorm van myopathie (met stijve spieren en koffiekleurige urine), die vooral in het najaar optreedt met slecht weer bij (jonge) dieren met weidegang. Soms worden paarden met deze aandoening dood gevonden. Het gaat om een biochemisch defect in de vetstofwisseling, een enzymdeficiëntie in de bètaoxidatie (MADD: Multiple Acyl-CoA Dehydrogenase Deficiency). Het gaat hierbij steeds om paarden die op de weide staan en weinig of niet worden bijgevoerd. Meestal gaat het ook om sterk afgegraasde weiden, vochtige weiden of weiden waar veel dode bladeren op liggen. Uitbraken van de ziekte treden meestal op na een weersomslag: de meeste gevallen worden gemeld enkele dagen na een verandering van hoge temperaturen naar vochtig en kouder weer.

Er is in Nederland een sterke correlatie gevonden tussen atypische myopathie en het eten van esdoornbladeren. Recent onderzoek in Amerika heeft aangetoond dat paarden atypische myopathie krijgen door opname van Hypoglycine A dat in esdoornzaden zit. In samenwerking met Amerika gaat de Universiteit Utrecht dit in Nederland ook verder onderzoeken.

Hieronder vind je een schematisch beeld van de ziekte

    • Het betreft in de wei grazende paarden (gras is het grootste deel van de voeding)
    • Symptomen beginnen acuut
    • Vaak meerdere dieren in een koppel
    • Jonge dieren lijken gevoeliger
    • Meestal in de herfst, maar het kan ook in de winter en lente gebeuren
    • Typisch weer: koud, nat, wind en dus losse bladeren en zaden
    • Bij een uitbraak worden paarden soms dood gevonden

Een schematisch beeld van de symptomen
    • Spierzwakte en stijfheid
    • Ademhaling sneller en/of moeilijk
    • Tachycardie (hartritme waarbij het hart klopt met een frequentie van meer dan 100 slagen per minuut)
    • Er is geen koorts
    • Krampen in de spieren
    • De dieren liggen vaak
    • De symptomen verergeren snel
    • Dier eet meestal nog wel
    • Er is sprake van myoglobinurie (koffiekleurige urine)
    • Bij rectaal onderzoek is er vaak sprake van een volle blaas
    • De dood treedt meestal snel in (meestal binnen 3 dagen)

Bevinden in het laboratorium
    • Enorme stijging van spierenzymactiviteit in bloed (ook hartspierenzym-activiteit)
    • Sprake van spierafbraak te zien in de urine

Opvallende punten bij de ziekte
    • Geen andere oorzaken dood gevonden
    • Geen duidelijke macroscopische laesies
    • Verkleuring spieren met name van hart, ademhaling en staan/houding
    • Bij histologie (onderzoek van de bouw en de bijzondere functies (specialisaties) van weefsels) is er sprake van afbraak van spiervezels in bovengenoemde spieren
    • Met name necrose (eindstadium van de celdood, de omgeving is meestal zwart van kleur) van type I spiervezels (Deze vezels hebben een tragere samentrekkingssnelheid en zijn minder krachtig. Deze vezels hebben wel een groot uithoudingsvermogen.)
    • Vetstapeling in type I vezels
    • Zeker wanneer er meer paarden op eenzelfde weide staan is bij een dood gevonden paard sectie aanbevelenswaardig. Deze kan worden uitgevoerd bij het Veterinair Pathologisch Diagnostisch Centrum van de faculteit Diergeneeskunde (030-253 3195) te Utrecht. Hier zijn kosten aan verbonden. Als de eigenaar dit niet wil, kan er overwegen worden het dode dier nog te catheriseren en de urine te bekijken. Donkerbruine urine is wel erg suggestief.

Een schematische opsomming van de therapie en management van de patiënten
    • Onmiddellijk absolute rust van de patiënt en warm houden
    • Altijd dierenarts naar het paard toe laten komen in plaats van paard naar dierenarts transporteren
    • Indien mogelijk alle dieren van weiland verwijderen, liefst opstallen of naar ander weiland en bijvoeren; indien verplaatsen niet mogelijk is, het weiland zo goed mogelijk schoon maken voor wat betreft paddenstoelen, bladeren, zaden, eikels etc.. De paarden dienen bij voorkeur bijgevoerd met te worden met goed hooi of eventueel kuil.
    • Klinisch onderzoek en bloedonderzoek (CK, AST, LDH, lactaat, glucose) om diagnose te bevestigen.
    • Veel infuus (minimaal tot urine weer normale kleur heeft) met NaCl 0.9%. Pijnstilling met NSAID’s (pas op met dosering, liefst via het met infuus geven)
    • Indien mogelijk (onderstaande punten zijn belangrijk voor de behandelende arts):
      o 2,5 tot 5% glucose bij infuus (liefst onder begeleiding bloedwaarde van glucose) en therapie met insuline om glucose optimaal op te nemen (onder begeleiding bloedwaarden glucose) (insuline 0.4 IU/kg LG)
      o Carnitine iv 15 mg/kg lg, in een halve liter NaCl langzaam toedienen (verestering tot carnitine-ester van vetzuurmetabolieten maakt metabolieten onschadelijk en zorgt voor excretie via urine); carnitine is (beperkt) eventueel bij de Universiteitskliniek voor Paarden te krijgen
      o Vitamine E en B2 (riboflavine) als supplement verstrekken

De universiteit van Utrecht vraagt verder iedere dierenarts die met de ziekte te maken heeft mee te doen aan het onderzoek. Dit houdt in;
    Urine en heparineplasma verzamelen op het acute moment (heparinebuis afdraaien op centrifuge en urine en plasma zo snel mogelijk in duplo invriezen op -20°C). Graag voor onderzoek esdoornbladeren en –zaden verzamelen uit de weide. Indien mogelijk graag digitale foto’s maken van de weide waar een patiënt stond en zo goed mogelijk omgeving en omstandigheden bekijken (vreemde gewassen fotograferen/opsturen). Dit alles na overleg met de kliniek naar de UKP opsturen. Tevens op http://www.myopathieatypique.be de enquêtes voor dierenartsen en eigenaren invullen en een (digitale) print hiervan graag ook naar de UKP opsturen.


De giftige zaden, vaak speelgoed voor kinderen, zien er zo uit:

en zo ziet het blad van de esdoorn eruit!