Citaten.

Op deze pagina kun je een aantal citaten en grapjes lezen van beroemde ruiters, trainers, instructeurs of grootmeesters.

 

De beschaving van de mens is te meten aan de mate van respect waarmee ze met hun dieren omgaan. - Ghandi

.....

Een paard zonder ruiter is altijd nog een paard. Een ruiter zonder paard is alleen maar een mens.
Stanislaw Jerzy Lec

......

Mijn pad ging niet altijd over rozen, maar paardebloemen zijn ook mooi.

....

Alleen afstand test de kracht van paarden. Alleen tijd openbaart het hart der mensen.

.....

Vrouw zoekt prins. Paard geen bezwaar.

.....

De helft van de mislukkingen in het leven ontstaan doordat men zijn paard inhoudt juist wanneer het springt. W.Hore

.....

Een goede opvoeder zet het kind op het paard, een slechte tilt het erover. G.I.M.Spronck

......

De les(manege)paard wordt iedere dag met iemand anders opgezadeld.

....

Ik spreek Spaans tegen God, Italiaans tegen de vrouwen, Frans tegen mannen en Duits tegen mijn paard. Karel V

.....

Vier sterke paarden zijn niet in staat een onvoorzichtig woord terug te halen. China

....

Als er twee op één paard rijden, moet de een achterop zitten. William Shakespeare

.....

Als de paarden hun eigen kracht zouden kennen, zouden we er niet op durven rijden. Mark Twain

....

Als de Weg wordt gevolgd, gebruikt men paarden om akkers te ploegen. Als de Weg niet wordt gevolgd, gebruikt men paarden om oorlog te voeren. Lao-Tse

....

Het is niet best paarden te verwisselen bij het doorkruisen van de rivier. Abraham Lincoln

...

Een paard zonder ruiter is altijd nog een paard. Een ruiter zonder paard is alleen maar een mens. Stanislaw Jerzy Lec

...

Een ruiter viel van zyn paard; sinds die tyd noemde ieder die van 't paard viel zich een ruiter. Multatuli

...

Men kan beter vertrouwen op een paard zonder teugel dan op een man zonder oordeel. Theofrastos

....

Vertrouw dat paard niet, Trojanen. Wat het ook mag zijn, ik vrees de Grieken zelfs als ze geschenken geven. Vergilius

Uit het Latijn: Equo ne credite, Teucri. Quidquid id est, timeo Danaos et dona ferentes.

.....

A horse, a horse! I’d give my kingdom for a horse!

Uit The Tragedy of Richard the Third door William Shakespeare

...

Fight pollution: buy a horse !!

......

Om een paard af te richten, zal je toch eerst zelf afgericht moeten zijn !

....

Rijden verandert 'ik wil' in 'ik kan'. Pam Brown 1928

.....


Dr. Marthe Kiley-Worthington (1943- )




"Er is niets oprechter en eerlijker dan een paard. Een paard heeft geen slapeloze nachten omdat hij zich zorgen maakt over de toekomst. Een paard plant zijn gedrag niet. Hij handelt niet strategisch, maar instinctief en situationeel. Een paard onthoudt dingen die hij heeft gezien of als traumatisch heeft ervaren. Hij heeft gevoel voor stemming en heeft een eigen karakter. Dit alles communiceert het paard middels zijn non-verbale gedrag.
In de training behoor jij tot de directe omgeving van het paard. Daardoor heb jij grote invloed op zijn gevoelswereld. Zijn erkenning van jouw positie is de basis voor vertrouwen in elkaar.
Eigenlijk werkt het in jouw eigen organisatie precies hetzelfde. Je maakt deel uit van de omgeving van jouw collega en beïnvloedt daarmee zijn gevoelswereld. Zijn erkenning van jouw positie is de basis voor een goedwerkend team.
Voor zowel het paard als jouw werkomgeving geldt dat wanneer jij veiligheid en ruimte voor eigen initiatieven biedt, jij partnerschap bereikt  op basis van vertrouwen. Dat is de basis voor een effectief en efficiënt werkend team. En dat willen wij allemaal. Men kan dit teamwerk nooit afdwingen! "

Hier vind je de boekbespreking van dit boek dat ik mocht redigeren.


Xenophon (430 - 354 voor Christus)
 

Xenophon was een zoon van een rijke Griek uit Athene en een leerling van de filosoof Sokrates. Hij vocht te paard bij de Griekse Cavalerie in vele veldslagen tot hij uit Athene verbannen werd. Hij schreef onder andere het boek ''Peri Hippikes'' (''Over de rijkunst''). Zijn werk geldt als eerste volledige rijleer van de wereld. Hij wordt gezien als de eerste oude grootmeester, maar het schijnt dat er voor hem ook geschriften waren, geschreven door anderen, die echter helaas verloren zijn gegaan.

Zijn belangrijkste ontdekking was: ''Alleen een wendbaar paard kan meedoen in de strijd.'' Omdat de ruiter van de Griekse cavalerie hun beide handen vol hadden aan zwaard en schild, moeste hun paarden bliksemsnel op de kleinste commando's reageren. Alleen als het paard gehoorzaam, buigzaam en snel was, kon de ruiter levend uit de strijd komen. Daarom moest het paard gecompliceerde manoeuvres beheersen. Een typische strijdmanoeuvre was een snelle schwungvolle galop waaruit het paard plotseling op de achterhand werd gezet en 180 graden gedraaid werd.

Xenophon raadde bij elk paard gymnastiek aan in de vorm van zijgangen en pirouettes. Alle paarden moesten bij hem met de achterhand ver onder het lichaam gaan, om zijn gepantserde ruiter naar de tegenstander te voeren.

Een goed paard was voor een Xenophon een levensverzekering.

Het paard moest bij wapengekletter niet schrikken en bij aanstormende soldaten niet vluchten. Hij moest moedig en gehoorzaam elk bevel van zijn ruiter volgen. Anti-schriktraining vond hij een must voor een paard: ''Als een paard voor iets weigert, van iets schrikt of ergens niet langs durft, toon hem dan dat het object niet gevaarlijk is, in het bijzonder niet voor zo'n moedig paard. Als dat niet helpt, beroer dan zelf het angstaanjagende object en leidt het paard met geduld er naar toe en beloon het paard.''

Daarmee beschrijft Xenophon eigenlijk niets anders dan wat we nu grondwerk, schrik- en obstakeltraining of politiepaardentraining noemen.

Xenophon beloonde het paard voor wat het goed deed ipv het te straffen voor wat het niet goed deed.

Wat nu ook nog steeds geldt is zijn uitspraak: ''Wat onder dwang bereikt wordt, wordt zonder verstand bereikt en is net zo lelijk als het met de zweep slaan en met de sporen porren van een danser''.


François Robichon de la Guérnière (1688 - 1751)


Guérnière) was een zoon van een jurist. Sinds 1715 was hij stalmeester en vanaf 1730 leidde hij de stal van Koning Ludwig XIV. Hij schreef in 1730 het boek ''Ecole de Cavalerie'' (Rijkunst).

Guérnière vond de halve ophouding uit die het paard zacht remt. Voor hem hadden alle grootmeesters hun paard met terugwerking in de mond halt laten houden. Guérnière vond dat te ruw en ondervond dat de paarden angst voor het halthouden kregen. Hij ontdekte dat het paard beter en harmonieuzer stopte als het paard met het hele lijf van de ruiter, dus ook met been- en gewichtshulpen, gestopt werd.

Guérnière ontdekte de juiste mix van gewicht-, been- en teugelhulpen die leidde tot de halve ophouding: ''De halve ophouding zorgt voor een lichte verbinding met de paardenmond, ze kan vaak, zonder onderbreking van het ritme, herhaald worden. Na iedere halve parade moet de hand van de ruiter licht naar voren gaan.''

Guérnière ontdekte ook het schouderbinnenwaarts. Hij stelde vast dat de schouder van het paard teveel belast werd. Daarom ontwikkelde hij deze oefening waarbij het paard los in de rug werd en zich goed kon uitbalanceren.
''Een paard dat zich niet laat buigen is niet losgelaten in zijn rug en kan daarom ook geen moeilijke oefeningen leren.''
Guérnière's africhtingprincipes waren voorbeeldig: ''Losgelatenheid, gehoorzaamheid, durchlassigkeit en verzameling.''


Goethe


''Van het edele paard dat je wilt rijden, moet je de gedachten leren aanvoelen en vooral niets onlogisch van hem verlangen''.


Anoniem:

Kunst eindigt waar geweld begint.

Geweld begint waar kennis ophoudt.



Albert Voorn



Albert Voorn is een bekende springruiter en won Goud op het Nederlands Kampioenschap en Zilver op de Olympische spelen met de lastigste paarden uit het circuit. Hij heeft een logische kijk op paardrijden:
''Als de manier van rijden problemen geeft die je weer moet oplossen, dan kun je toch beter zo gaan rijden dat die problemen helemaal niet ontstaan? Men trekt het paard in elkaar. En om de een of andere reden moet hij altijd 50 centimeter korter worden dan hij is.

Het paard gaat vervolgens vluchten en de ruiter zegt dan: hij is sterk.

En dan geeft men nog meer been om dat op te lossen. Het paard gaat nog meer voorwaarts en wordt nog sterker. Ik geef geen been als een paard trekt. En ik trek niet, ik hou tegen. Daarom heb ik nooit druk op de teugels, niet meer dan het gewicht van de teugel zelf.''


Albert zelf zou als paard niet veel pikken van een ruiter: 'Ik ging in een hoek liggen als ik een paard was en een ruiter op mijn rug kreeg''.


''Wij ruiters zijn succesvol dankzij het acceptatievermogen van het paard dat we rijden. Hoe hoger het paard in het bloed staat, hoe minder het accepteert van de ruiter. Volbloeden werden altijd gezien als lastig. Zo zie ik dat niet. Ze hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ze accepteren minder.''

Albert weet waar het fout gaat bij de meeste topruiters: ''Het grootste probleem is hun trots. Als ik 20 jaar iets op een bepaalde manier gedaan heb en iemand legt me uit dat het op de averechtse methode nog beter werkt, dan probeer ik dat. Als het werkt, dan moet ik niet te trots zijn om die nieuwe inzichten te accepteren. Ik ben blij als iemand mij erop wijst dat ik iets niet juist doe en het makkelijker kan.''


''Men wil heel graag belangrijk zijn. Ik ben maar zo goed als mijn paard is. Mensen vinden mij een goede ruiter. Ik vind dat zelf ook, omdat ik het paard in staat stel om zich te ontplooien. Als ik in de springpiste geen fouten maak, dan ben ik zo goed als het paard is.''.


Een geweldige ruiter, die geen concessies doet aan zijn sponsoren, maar alles bekijkt vanuit het oogpunt van het paard.
Hij krijgt veel verreden (verpeste) paarden van andere ruiters en   .   .   . na verloop van tijd krijgt hij - samen met zijn vrouw Irma -  deze dieren weer aan het lopen!
( Lies)



Bent Branderup



Bent Branderup stelt: '"Dressuur is er voor het paard. Het paard is er niet voor de dressuur''.
Hij betreurt het dat de gemiddelde leeftijd van het paard niet ouder is dan 10.
Een paard is op zijn 8-ste pas volwassen en in de bloei van zijn leven op zijn 12-e. Bij de Spaanse rijschool zijn de paarden niet voor niets pas op hun 12e helemaal grondig klaar met de basis en voldoende bespierd, zodat ze alle oefeningen met gemak uit kunnen voeren.

Voorwaarts neerwaarts.
Het rijden van een paard begint bij het paard voorwaarts neerwaarts rijden, waarbij het paard de hand zoekt en zijn bovenlijn stretcht. ''Ruiters rijden soms beroerder dan een koffer. Kijk maar naar pakezels, die dragen een last cq koffer op hun rug en hebben daarbij hun bovenlijn lang''.

Lengtebuiging
Daarnaast is de juiste lengtebuiging van oren tot staart van belang, zowel linksom als rechtsom. Door het vragen van stelling komt de binnenheup van het paard naar voren en kan het paard zijn binnenachterbeen onder zijn zwaartepunt gaan plaatsen.

Dragend achterbeen
Belangrijk in de dressuur is dat het paard zijn gewicht door zijn achterhand laat dragen om de voorhand te ontlasten, dus het paard moet leren zijn achterbenen onder zijn zwaartepunt te plaatsen. Door bv. het rijden van schouderbinnenwaarts kan het binnen achterbeen tot dragen worden gebracht en door het rijden van travers het buitenachterbeen. Als een paard deze oefeningen moet leren, wordt dit altijd in stap aangeleerd, zodat het paard kan nadenken waar hij zijn benen plaatst.

Oprichting
Als het achterbeen onder het zwaartepunt gezet wordt, kan het gaan buigen door meer gewicht te gaan dragen, waardoor de voorhand ontlast wordt.

Juiste houding van de ruiter
De ruiter moet graag met zijn paard willen werken en de ruiter moet zijn paard kunnen motiveren. De ruiter moet een plan hebben en een doel hebben om naar te werken en het paard laten geloven dat hij Mister Universe kan worden. De ruiter moet de manege niet als carrousel gebruiken (rondjes rijden) of in de manege een endurance rijden (paard moe maken), maar de manege gebruiken om het paard wat te leren. Daarbij is stoppen op het hoogtepunt van groot belang. Een ruiter moet kunnen denken en kunnen voelen om goed paard te kunnen rijden

(Antoine de Pluvinel: ''Iemand die niet kan denken en niet kan voelen wordt nooit een goede ruiter'').


Arthur Kottas-Heldenberg


Arthur Kottas kreeg in 1981 de functie van Oberbereiter bij de Spaanse Rijschool in Wenen. Hij werd de jongste chef van alle ruiters ooit in de geschiedenis van de Spaanse Rijschool en heeft er 40 jaar gewerkt. Hij heeft veel ruiters en Lippizaner-hengsten in die tijd opgeleid.

De onafhankelijke zit is het allerbelangrijkste.

Harmonie tussen ruiter en paard is het doel van de dressuur, waarbij hij de onafhankelijke zit het allerbelangrijkste vindt. Zonder onafhankelijke zit van de ruiter kan het paard niet goed onder de ruiter bewegen. Als je bv. niet kunt doorzitten zonder het paard te hinderen, zal het paard zijn rug namelijk spannen. Je beide zitbeenknobbels moeten altijd aan het zadel zijn bij de dressuur. Een goede oefening is om zonder beugels te rijden.

Rijden is geen krachtsport, rijden is gevoel.

Een ruiter moet op gevoel zijn zit-, gewichts-, kuit en teugelhulpen goed coördineren en timen om het paard te begeleiden in het doen van de dressuuroefeningen. Daarbij is de hand altijd de laatste hulpgeving, eerst zit, been, bovenlichaam en gewicht gebruiken.

Het is niet belangrijk hoe lang je rijdt, maar hoe je rijdt.

Er zijn twee soorten ruiters: goede en slechte. Goede ruiters hebben een goede basis, hebben een onafhankelijke zit, rijden met gevoel en zitten als het ware IN het paard ipv OP het paard.
Ideaal is om een paard 2x per dag te rijden, waarbij je 's morgens het paard naar ontspanning rijdt en 's middags het paard wat meer aan het werk zet.

De basis moet solide zijn

Een huis bouw je ook niet op drijfzand maar op een solide vaste ondergrond. Goede ruiters geven hun paard een goede basis. In de eerste fase moet een paard leren zijn evenwicht onder de ruiter te bewaren, recht kunnen lopen met een goede zelfhouding, op elke plek een overgang kunnen maken en als het ware een eenvoudige B-proef moeten kunnen rijden. In de tweede fase kun je hierop verder bouwen met de zijgangen en het verzamelen waarbij de achterhand meer gaat buigen en meer gewicht gaat dragen. In de volgende fase kun je weer ''een verdieping hoger'' met de contragalop, de wissels enz. .

Het paard moet vlijtig bewegen

Vlijtig betekent niet dat het paard snel moet lopen met korte passen. Het paard moet met grote passen met voldoende drang vanuit de achterhand door de rijbaan lopen. Om een oefening met dezelfde vlijtigheid en gelijkmatig en takt en tempo te rijden, raadt hij de ruiter aan mee te tellen om het ritme te bewaren: 1,2,3,4 in de (verzamelde) stap of 1,2,1,2 in de draf.

Afwisseling

Heel goed is het om de dressuur af te wisselen met buitenrijden, cavaletti-werk, rijden in verlichtte zit en een sprongetje. Bij alles wat je een paard wilt aanleren moet je fair en consequent zijn. Als je buitengaat rijden moet je dus niet anders gaan rijden als in de rijbaan: ook dan moet je controle houden over richting en tempo, moet het paard recht lopen, correct inbuigen en zijn rug laten deinen.


GEORGE THEODORESCU


Vele Nederlandse topruiters hebben bij Theodorescu de fijne kneepjes van de dressuur geleerd. Zijn dochter Monica reed vele Olympiades en haalde 2x goud met het team en werd 2x vierde individueel.

Theodorescu denkt heel simpel over dressuur: ''Wat er mooi uitziet is goed. Als een paard geen plezier heeft in het werk is het fout. Vergelijk dressuur met ballet. Een steunende en zwetende ballerina, als je dat ziet als publiek, dan wil je je geld toch terug!''

Theodorescu traint de paarden volgens de klassieke methode en is geen voorstander van het laag, diep en rond rijden: ''De klassieke rijkunst werkt bij ons voor alle paarden. Het zogenaamde diep en rond rijden past niet bij onze filosofie. Pas als er vier of vijf Olympisch kampioenen op het niveau van Bonfire zijn via het diep en rond rijden, geloof ik pas dat de klassieke methode achterhaald is. Rembrandt, Bonfire en Gigolo werden diep en rond getraind. Dat zijn drie Olympisch kampioenen. Maar er zijn ook 15 Olympisch kampioenen die klassiek getraind werden. Dus dat is nog altijd 15 tegen 3''. (Deze uitspraak is gedaan in het jaar 2002)

''Diep en rond rijden heeft alles te maken met het aantrekken van de buikspieren. dat sporters goede buikspieren nodig hebben, wisten de oude Grieken al. Dat geldt voor alle sporten: van hardlopers tot boksers. Maar maak je door diep en rond rijden de buikspieren sterk? Volgens mij past dat niet bij hun anatomie. Een paard moet in balans lopen, in evenwicht.''

Om dezelfde reden heeft hij nog een stelregel: geen slofteugel in zijn stal:
''Daarmee kun je helemaal foute dingen doen. Mensen hebben geen inwerking op hun paard en grijpen naar de slofteugel. Het principe in rijden is, dat je het lichaam van het paard naar zijn hoofd moet sturen. Voorwaarts dus. Gebruik je een slofteugel, dan doe je het andersom, dan trek je het hoofd naar het lichaam toe. Dat is achterwaarts rijden. Een slofteugel heeft niks met correct rijden te maken. Je liegt tegen jezelf, je hebt rijtechnisch niks gedaan, je hebt niks opgelost.


“In de hand van een meester is een slofteugel goed. Maar een meester heeft de slofteugel niet nodig.''


''Diep rijden gaat vaak met een slofteugel gepaard. En daarmee kom je bij een ethisch punt. Het paard is zo geschapen dat het het enige dier in de wereld is dat de mens direct in de ogen kijkt. Je hebt dezelfde ooghoogte. Het is een schande om het hoofd van een paard tussen zijn voorbenen te doen en hem zo te laten werken. Dat kan toch nooit beter zijn? Laat degene die zo rijdt of traint, zelf maar eens zo werken, met zijn hoofd tussen zijn benen''.

Theodorescu gaat op eigen wijze om met al zijn paarden:  ''Wij verkopen onze toppaarden niet. Die hebben zoveel voor ons gedaan, dat ze bij ons mogen blijven. Als ze eenmaal met pensioen zijn, komen ze dagelijks in de wei en houden ze hun eigen stal. We zetten de oude paarden niet in achteraf boxjes. Mijn 29 jarige paard staat nog in de stal waar hij als 3-jarige ook in stond.''


Richard Hinrichs


Richard Hinrichs wordt in Duitsland gezien als de beste klassieke africhter van paarden. Hij is opgeleid door Arthur Kottas en Egon von Neindorff. Hij heeft een organisatie opgezet, het Institut fur Klassische Reiterei in Hannover voor het opleiden van instructeurs in de Klassieke Rijkunst.
''De beste dressuurruiters zijn zij die een innerlijk beeld hebben van hoe ze willen rijden. Ruiters die dat niet hebben pik je er zo uit. Die rijden hun proef en als ze bij de piaffe aankomen, is de tact en de schwung weg waarbij de ruiter trekt en duwt. Een ruiter die visualiseert hoe hij het wil hebben, houdt dezelfde tact in de piaffe''.


''Ik sprak eens een jongen dat een toptalent had voor golfen. Hij legde me uit hoe het kwam dat hij de bal precies naar de hole kon slaan. De golfer zei: ik visualiseer hoe ik de bal sla en in wat voor baan hij vervolgens door de lucht zweeft en hoe hij neerkomt. Dat is dus ook dat innerlijke beeld''.


''Ik heb een ideaalbeeld van hoe een paard moet lopen en wat hij moet kunnen. Maar dat kan ik niet ineens bereiken. Daarom krijgt een paard een beloning van me als hij meewerkt en we weer een stapje verder gekomen zijn. Dan hebben we beide iets: ik een stap in de goede richting en hij een beloning. Mijn doel is een paard in alle oefeningen op mijn gedachten kunnen rijden, met weinig lichaamskracht''.
''Wat ik wil is dat we het echt eens zijn, mijn paard en ik''.


Klaus Balkenhol


Als 39-jarige politieagent begon hij zijn ruitercarrière. Mijn zijn toenmalige dienstpaard Goldstern reed hij vele malen op internationale dressuurwedstrijden en samen werden ze 5x Duits Kampioen en wonnen ze 3x EK goud en 2x Olympisch goud met het Duitse team.

Tussen de wedstrijden door patrouilleerde het paard bij voetbalwedstrijden en demonstraties en doordat hij daarbij op de straten liep kreeg hij ijzersterke benen en keiharde pezen en banden.
Klaus Balkenhol, wil het natuurlijke talent van het paard ontwikkelen door klassieke dressuur waarbij de behoeften van het paard voorop staan.


''De ruiter moet een dienaar van het paard zijn, het paard mag onder het zadel nooit een knecht lijken''.

''Je moet op fluistertoon je hulpen kenbaar maken en je paard zal luisteren. Het paard moet je vragen: ''Hoe moet ik bewegen, wat wil je dat ik doe'?'' En niet ''MOET ik bewegen?''.''

''Ik ben over de 60, heb goud gewonnen en leer nog iedere dag van mijn paarden, ik ben nog steeds leerling van mijn paard''. 


Egon von Neindorff


Egon von Neindorff wordt wel de hoeder van de heilige graal van de klassieke rijkunst genoemd. Hij staat voor het opleiden van paard en ruiter zoals het hoort, met veel geduld en liefde voor het paard.
Hij stamt uit een adellijke officiersfamilie. Zijn vader was officier in het Duitse leger en zelf gaf hij in de Tweede Wereldoorlog rijles aan koetsiers. In de jaren vijftig maakte hij naam als ruiter en liet zich leiden door de klassieke rijkunst.

Citaten:
''Klassiek rijden is natuurlijk rijden, zonder dwang, met veel gevoel en geduld''.

''Leidt het paard op zonder ooit te veel van het edele dier te verlangen. Het paard bepaalt de opleidingsduur.''

''Dressuur is geen doel op zich. Daar waar dressuur het doel is, gaat heel veel mis ten koste van het paard. Hij moet op driejarige leeftijd in de sport lopen en als hij zeven is moet hij al met een been in de Grand Prix staan. En dan verbazen eigenaren zich dat een paard niet gezond oud wordt. Het zijn echter de eigenaren zelf die de paarden in de neerwaartse spiraal brengen. Ze overbelasten het paard fysiek waardoor het uiteindelijk ook psychisch ten gronde gaat. Als je de dieren als knechten behandelt in plaats van als de edele dieren die ze zijn, dan worden ze niet oud.''

''Paarden worden door de jarenlange training echte atleten, ze worden mooi en vooral sterk.''


Dr. Reiner Klimke

op Biotop

Dr. Reiner Klimke was meervoudig Duits dressuurkampioen, Europees Kampioen en Wereldkampioen. Ook op de Olympische spelen was Klimke succesvol in de dressuur, hij won 6x goud met het team in in 1984 kreeg hij de individuele medaille omgehangen. Ahlerich was zijn beste paard.

Citaten: ''Zeker als je topsport wilt bedrijven moet je je in de psyche van het paard inleven, hem leren te begrijpen''

''Het paard moet je vriend zijn. Die band bouw je niet alleen op als je op het paard zit maar ook voor en na die tijd. Voor ik ga rijden loop ik altijd eerst naar de stal om te kijken hoet het met de paarden is. Ik zie dan aan ieder paard wat voor stemming het heeft.''



''Het maakt mij als mens gelukkiger dat mijn paard gezonder en mooier wordt door de dressuur en meer aan het leven heeft''.

 


Silvia Loch


''Natural Horsemanship - Natural Can Be Most Unnatural''

'Een van de stokpaardjes van natural horsemanship laat ons zien hoe onnatuurlijk sommige elementen van deze stroming kunnen zijn. We zien paarden die zonder hoofdstel en zadel gereden worden en vermoeid op de voorhand lopen met een onsamenhangende rug en achterbenen die ver achterblijven terwijl iedereen applaudisseert ivm de zogenaamde vriendelijkheid en goedheid die het paard wordt aangedaan.


Rijden zonder hoofdstel kan inderdaad een plezier zijn om naar te kijken indien het paard gereden wordt door een expert, maar een amateur die zo rijdt kan een enorm discomfort en rugpijn bij het paard veroorzaken.
Uiteindelijk is de teugel een vitaal ingrediënt in het proces van het geven van hulpen. Het is net zo belangrijk als de versnellingsbak in een auto en is ons middel om energie te verzamelen, zodat het paard kan begrijpen hoe hij moet balanceren en zijn gewicht moet dragen.

Maar bovenal is het alleen door middel van been, zit en hand mogelijk om de onnatuurlijke activiteit van het plaatsen van een groot lichaam op de rug van een paard te compenseren, zodat het voor het paard draaglijk wordt en hopelijk plezierig wordt een ruiter te dragen.''


DAVID DE WISPELAERE


De Grand Prix ruiter David de Wispelaere, een Amerikaan met familie oorspronkelijk uit België en Nederland, heeft een dwangloze, vriendelijke manier van rijden: '''Problemen bij het paardrijden ontstaan door spanning. Die spanning moet je laten afvloeien en dat begint bij de ruiter. Het paard kan pas ontspannen als de ruiter ontspannen is''.

'''Een paard moet aan de teugel lopen maar niet omdat hij daartoe gedwongen wordt. Hij moet het zelf willen. Een paard dat gedwongen wordt om met zijn hoofd naar beneden te gaan denkt bij het aannemen van de teugels ''krijgen we dat weer'' en dan zal hij er tegenin gaan.

Een slofteugel is een belediging voor het paard. Je dwingt hem aan de teugel te gaan, maar zijn rug gaat niet mee. Er is spanning in zijn lichaam die ervoor zorgt dan zijn rug niet los kan zijn en dus niet kan swingen en deinen. Een slofteugel is erg onnatuurlijk en erg onprettig voor een paard'.
''Ieder paard dat in balans loopt kan aan de teugel lopen, ze kunnen het vrij makkelijk als het paard het zelf wil en doet.''


FEI

Het FEI (Federatione Equestre Internationale) reglement, artikel 1, stelt dat dressuur geen doel op zich is, maar een middel om harmonie te bereiken:


''De dressuur heeft ten doel: de harmonische ontwikkeling van het organisme en van de natuurlijke eigenschappen van het paard. Dit brengt met zich mee, dat het paard rustig, kalm, soepel, ontspannen en buigzaam wordt gemaakt, maar ook vol vertrouwen, opmerkzaam en levendig, aldus een volmaakte harmonie met zijn ruiter verwezenlijkend.''