'Stel hogere eisen aan instructeurs' door Emiel Voest

In de praktijk krijg ik veel te maken met algemene en met rijtechnische gedragsproblemen. De meeste van deze problemen komen voort uit onoordeelkundig omgaan met het paard door de eigenaar/ruiter. Anderzijds kun je zeggen dat de oorzaak van de meeste problemen ligt in fysiek ongemak of pijn.

Alle mensen, die met hun problemen naar mij toekomen, hebben een instructeur. Deze instructeur blijkt dan niet in staat te zijn om deze specifieke problemen te helpen oplossen. Zonder hierbij alle instructeurs over één kam te willen scheren, zijn er relatief veel mensen die met dit probleem te maken hebben. De meeste gedragsproblemen komen voort uit de manier waarop het paard wordt gehouden, gereden en/of getraind. Kortom, dit is het werkveld van een goede instructeur.

Kennisverbreding
Ik denk dat instructeurs een grotere rol zouden kunnen spelen in het welzijn van paarden, als ze in staat zouden zijn om oplossingen voor dergelijke gedragsproblemen te bieden. Het zou nog beter zijn als ze een groot deel van deze problemen zouden kunnen voorkomen. Gespecialiseerde kennis over bijvoorbeeld goed passende zadels en het juiste gebruik van hulpmiddelen zou al een stap in de goede richting zijn. Evenals een beter zicht op rugproblemen en kreupelheden. Ook moeten instructeurs gedegen kennis hebben van de leerprincipes van paarden en verschillende trainingsmethodes. Kortom, de opleiding tot instructeur moet aan een steeds hoger niveau voldoen.

Mijn opinie is dat er op het ogenblik te veel onvoldoende opgeleide instructeurs aan het werk zijn. Om verandering in de toekomst te bewerkstelligen zullen opleidingsinstituten hun blik verder moeten verruimen en hogere eisen moeten gaan stellen aan de aspirant-instructeurs. 

NHB Deurne
Sinds vier jaar geef ik als gastdocent les op NHB Deurne. Alle dagschoolstudenten krijgen per semester een keer theorieles en twee keer praktijkles. Tenslotte wordt de theorie getoetst en dit cijfer telt mee voor de overgang naar het volgende jaar.

De Freestyle Handleidingen staan op de boekenlijst. Fantastisch dat NHB Deurne zowel de leerlingen als mijzelf deze gelegenheid biedt. Toch ervaar ik het nog niet helemaal als voldoende omdat ik veel liever een nog structurelere bijdrage zou willen leveren. Door de weinig beschikbare uren blijft het toch een beetje een losstaand vak en vindt er nog niet voldoende integratie plaats. Maar ook daaraan wordt gewerkt; samen met Marion Schreuder ga ik de komende tijd kijken hoe we deze integratie vorm kunnen geven. Deze ontwikkelingen zijn volgens mij een goede zaak en geven aan dat er wel degelijk veranderingen plaatsvinden, die vroeger voor onmogelijk werden gehouden.

Bijscholing
Het grootste probleem ligt wellicht niet bij de instructeurs die we in de toekomst gaan afleveren maar bij een groep instructeurs die nu vaak al jaren aan het werk zijn en niet altijd op de hoogte zijn van de actuele kennis die vereist is om in je vak bij te blijven. Er zijn mogelijkheden genoeg om applicatie-opleidingen te volgen en jezelf bij te scholen. Helaas is dat afhankelijk van het initiatief van elke instructeur persoonlijk. Misschien moet het van bovenaf worden gestimuleerd om studiepunten te halen.

Veel instanties organiseren bijscholingsmogelijkheden maar er is vooralsnog geen algemene richtlijn die aangeeft welke afgekaderde onderwerpen en kennisgebieden van belang zijn.

Volwassen beroep

Door alle ontwikkelingen in de paardensector kun je zeggen dat ‘instructeur zijn’ als een volwassen beroep zou moeten worden aangemerkt en niet meer als een hobbyberoep. De kennis en kunde moet op een hoog peil staan om aan de eisen van deze tijd te kunnen voldoen. De vraag van de consument zal steeds meer kwaliteit eisen en de noodzaak tot bewaken van het welzijn van paarden vraagt steeds meer kennis. Ik zou willen pleiten voor algemene richtlijnen voor wat een klant/leerling kan en mag eisen van een afgestudeerd instructeur. Richtlijnen dus voor de consument en voor de instructeur ten aanzien van verantwoordelijkheden en bijscholingseisen. Ik denk en hoop dat we door al deze ontwikkelingen betere instructeurs zullen gaan afleveren.

Plan van Aanpak
Hoewel ik het in grote lijnen eens ben met de inhoud van het Plan van Aanpak van de SRP, moet ik toch constateren dat er over de opleiding van instructeurs weinig vermeld staat. Ik denk dat de sector gebaat zou zijn bij breder opgeleide instructeurs omdat die zo’n belangrijke schakel zijn in het welzijnsvraagstuk. Gelukkig lijkt het erop dat de betrokken instanties op het gebied van opleiding en instructie door deze welzijnsontwikkelingen steeds meer op één lijn komen te staan. Mijn advies is dan ook een pleidooi voor samenwerking tussen de instanties. Ik hoop dat dit zal leiden tot meer eenheid in de opleiding tot instructeur.

Emiel Voest is freestyle-trainer
Deze opinie verscheen vrijdag 17 april in De Paardenkrant.

 

Instructeur moet welzijnsadvies geven. Door Ellen Immink en Bianca Lodeweegs

In reactie op het artikel van Emiel Voest onderstrepen wij de noodzaak van betere en breder opgeleide instructeurs. Voor ons is het ook dagelijkse praktijk dat wij met paardeneigenaren in contact komen, die aangeven dat ze, zoals ze nu moeten rijden met hun paard, het hun geen goed gevoel geeft. Het paard is vaak moeilijk te rijden, waardoor van het uurtje ‘lekker’ trainen er een groot deel van dat uur ruzie gemaakt wordt met het paard. En dat voelt, gelukkig, voor veel ruiters niet goed. Ze roepen onze hulp in, omdat ze voelen dat het lijf van het paard niet voldoende meewerkt. Veruit de grootste groep van deze mensen neemt zelf het initiatief om ons te bellen, hebben zelf gezocht op internet of hebben het van horen zeggen. Zelden is de instructeur de initiator. Dit vinden wij geen goede zaak. De instructeur blijft maar roepen dat het paard, eigenwijs, stout of lui is en dat hij maar even ‘doorgepakt’ moet worden, met alle gevolgen van dien. Het zou toch een veel mooiere situatie opleveren als de instructeur advies geeft op meerdere gebieden met betrekking tot paardenwelzijn.

De taak van een goede instructeur is tegenwoordig veel meer dan alleen lesgeven. In de praktijk komt het er op neer dat er een brede kennis nodig is om de leerlingen van juiste informatie te voorzien. Zeker met de huidige ontwikkelingen voor wat betreft dierenwelzijn. De instructeur is vaak het eerste aanspreekpunt bij vragen, wat geheel terecht is overigens. Een brede kennis is daardoor noodzakelijk.

De huidige opleidingen voldoen nog niet op alle punten aan deze behoefte. De paardensport is de afgelopen jaren erg gegroeid en de ontwikkelingen gaan sneller door het gebruik van internet. Het is dan ook terecht dat Emiel Voest zich ook zorgen maakt om de reeds bestaande groep instructeurs die in andere tijden is opgeleid.

Werken met modules

Een idee is dan ons inziens dat er binnen de opleidingen met modules gewerkt gaat worden waar certificaten voor afgeven worden. Zo is ook de instructeur te bereiken die al gediplomeerd is, maar behoefte heeft aan meer kennis en inzicht.

Veel instructeurs willen niet afwijken van dat wat ze geleerd hebben. Ze blijven alleen bij ‘hun’ vakgebied en dat is lesgeven, maar de huidige ruiter (en ook het paard) heeft behoefte aan meer. Door rond te kijken en te luisteren wat anderen te vertellen hebben, kan er nog zoveel geleerd worden. Neem de rondjes instructie en educatie van de KNHS. Zoveel verschillende onderwerpen die daar aan bod komen, zoals gedragsproblemen, spieproblemen en sportpsychologie. Allemaal van toepassing op sport en dierenwelzijn.

Onze grootste zorg is de gebrekkige (meestal helemaal geen) kennis van de instructie omtrent spieren, de werking daarvan en het signaleren van problemen. De aloude gedachte dat de problemen verbeteren door trainen en nog meer trainen is ver achterhaald. Dit geeft een beeld in de westrijdsport van bewegingen van paarden waar weinig van klopt. Ook op dit gebied zou (bij)scholing het welzijnsniveau van paarden enorm verbeteren.

Voorstel bij de KNHS

Wij hebben namens Happy-Athlete een voorstel liggen bij de KNHS om ook voor dit onderwerp aandacht te krijgen binnen de opleidingen. Niet met alleen een uurtje theorie, zoals ook Emiel Voest stelt, maar door een geïntegreerde aanpak. Hierdoor wordt er werkelijk gedegen kennis opgebouwd. De instructeur wordt hiermee in staat gesteld om een goed advies te kunnen geven om de juiste persoon bij het paard te halen om het probleem op te lossen. Waardoor we in de toekomst hopelijk volop Happy-Athletles in de baan zullen aantreffen. Werk aan de winkel dus...

Ellen Immink is oprichtster Happy-Athlete.nl, sinds 1999 sportstherapist Jack Meagher-methode en verzorgt opleidingen in Nederland.
Bianca Lodeweegs is sportmasseur Jack Meagher-methode, ORUN-instructrice en Z-jurylid.

Deze opinie verscheen woensdag 22 april in De Paardenkrant.