Verslag van het rondje instructie: Zadelmak maken en corrigeren van probleempaarden.
Op het K.N.H.S- centrum in Ermelo op vrijdag 6 maart 2009, bijgewoond door Wilma en Lies. Wim wilde niet mee, jammer hoor!

Of te wel hoe maak je binnen een kwartier op een hele nette manier een drie- jarig paard zadelmak? Je huurt Gert van den Hof in en je begrijpt na zijn demonstratie dat er nog maar weinig echte paardenmensen zijn. (En veel mensen met een paard.)


Zijn vrouw was tijdens de demonstratie een hele goede speaker. Zij kwam ook steeds weer terug op : ontspanning en duidelijkheid!
Gert gebruikte zelf ook een headset, waardoor er regelmatige leuke opmerkingen rond gingen.

Gert kwam met het eerste paard binnen een Tinker van krap drie jaar. Hij legde uit dat Tinkers nogal lomp (kunnen) zijn en dat zij altijd proberen over je heen te lopen. Alle drie- jarige paarden werden binnen gebracht aan een halster met een lang touw, dat over de neus liep en weer door een ring aan de linkerkant naar de hand van de africhter ging. Daaraan vast zat nog een iets dikker touw. Allereerst werd de Tinker op de Monty Roberts manier opgedreven door Gert. Het dier werd op deze manier gedwongen op om Gert te letten. Hij moest en voorwaarts zijn op het opjagen en halthouden op druk van de ‘longe’.


Zodra dat lukte kwam Gert’s broer met het oude Stübben zadeltje, het dier mocht erna kijken en eraan ruiken, daarna werd het zadel door Bert voorzichtig op de rug gelegd en ging direct de singel vast, en gewoon goed vast. En maar belonen, aaien, geruststellen en praten met het dier.

Het dikkere touw ging naar de rechterkant van het halster, en diende dus als rechterteugel.
Bert nam de longeerzweep erbij, om het paard goed voorwaarts te houden en om steigeren te voorkomen, want daar houdt Gert niet van.

Cappie op!!

Het opstijgen deed Gert alleen. Voet in de beugel, rustig gaan staan op de beugel en  . . . . wachten totdat het paard weer door ging ademen. Het opstijgen veroorzaakt natuurlijk spanning, de meeste paarden reageren hierop door hun adem in te houden, als je dan de rechtervoet in de beugel doet, begint het bokken direct al. Gert wachtte even en ging rustig zitten. Tijdens het opstijgen hield hij het linker touw heel kort, zodat het dier niet vooruit weg kon vluchten. Door die stelling links gebeurde het weleens dat het paard een paar passen draaide maar verder gebeurde er niets.

Toen hij eenmaal zat liet hij de Tinker linksom draaien en toen rechtsom. En daarna moest hij aan het werk, draven en wel in een flink tempo! Inmiddels had hij wel een zweepje voor het geval dat Bert niet hard genoeg achter hem aan kwam rennen. Van te voren had Gert gemeld dat Tinkers eigenlijk nooit gingen bokken bij het zadelmak maken……
Maar deze Tinker had dat gehoord en dacht:’Een paar honderd man op de tribune en dan vertellen dat Tinkers niet bokken!’ Dus daar ging hij, als een volleerde Western bronco.


Nu was Bert niet uit het veld geslagen en ook niet uit het zadel te krijgen. Hij toonde zich zeer verrast door de bokken-parade, maar hij praatte gewoon door tijdens zijn luchtsprongen.

Omdat er verder niets op zijn rug veranderde hield de Tinker er maar mee op. Paarden hebben nu eenmaal het vermogen om zich onder alle omstandigheden aan te passen. Gert liet hem netjes rondjes galopperen en vroeg zich af of zijn edele rijdier een wissel zou kunnen springen als hij dat vroeg. Zo gezegd, zo geprobeerd! Het was ongelofelijk, het dier sprong een prachtig changement van rechts naar links. ‘Zou hij ook van links naar rechts kunnen wisselen?’ was zijn volgende vraag. Even van handveranderen een beetje been en jawel, Grand Prix klaar.

Zijn vrouw zei dat Gert zo van springen hield, Bert zette een sprongetje klaar, Gert reed erop aan en ook dit experiment lukte, en natuurlijk moest er nog een paar keer gesprongen worden. Het was nauwelijks te bevatten dat een dier in zo’n korte tijd zijn nieuwe maatje zo vertrouwde dat hij hem op zijn rug liet zitten en dan ook nog opdrachten kon geven.

Het afstijgen van een groen paard is ook een vak apart en heel gevaarlijk als je niet weet waar je mee bezig bent. So don’t try this at home. Gert steeg rustig af een sprong iets naar voren om te voorkomen dat hij een trap van de achterbenen zou krijgen.
Teugels om de hals en de stoere Tinker liep zonder dat Gert hem vast hield als een lammetje achter hem aan, ontroerend dat zo’n dier in een korte tijd op een ontspannen en duidelijke manier aangaf dat hij de ruiter als leider vertrouwde en hem volgde.

Het volgende paard was een drie jarige Fries. En van Friezen is bekend dat als zij schrikken of  bang zijn zij giga aan de ren kunnen gaan. Alle paarden zijn natuurlijk vluchters en de Fries is daar een erg goed voorbeeld van.
Dus Gert meldde aan het enthousiast publiek, dat hij ervoor moest zorgen dat de rem het goed deed. Op dezelfde manier werd de Fries aan de lange lijn goed voorwaarts gedreven en de ho-houwer werd ook netjes getest. Toen alles goed onder controle leek te zijn ging hij te paard, en de Fries probeerde er af en toe even tussenuit te knijpen maar Gert was sneller dan het geluid, dus het paard had geen kans.
En drie-jarige Friezen kunnen ook keurig changeren en springen. (Ja, Ed je had er moeten zijn.)

Het volgende paard was de donkere blauwschimmel (K.W.P.N. dressuurgefokt). Voor dit dier had Gert veel respect. Het paard had een heel snel achterbeen. Dat betekent dat als je in de buurt van zijn achterhand komt je al gelijk een klap te pakken hebt. Als je zo’n ril (=bangachtig) paard aanraakt slaat hij direct terug.
Gert had van te voren alle paarden in de box al even bekeken. Deze paarden waren door het publiek aangeboden, en waren dus onbekend voor de ruiter.

Gert vroeg zich af of hij goed tot het dier door kon dringen want hij stond voortdurend over Gert heen te kijken, dus de gewenste aandacht voor zijn toekomstige ruiter was er nog niet.
De mannen en het paard gingen ook in de verste hoek van de rijbaan aan het werk om ongelukken te voorkomen. Dit paard mocht even met zadel zonder Gert erin aan de lange lijn bokken. De staatdracht was niet ontspannen, het dier hield de staart afgestoken met een neerwaartse knik.
Uiteindelijk ging Gert er toch op terwijl hij in het begin zo zijn reserve had ten opzichte van deze drie-jarige. Het paard ging op hem letten en langzaamaan ging hij zijn ruiter vertrouwen.
En ook dit dressuurpaard liet zien dat changeren een natuurlijke manier is om van de ene naar de andere galop te gaan en hij kon ook . . . . .springen!

De laatste voor de pauze was een drie-jarige K.W.P.N.-er, springpaard gefokt. Dit paard gaf zijn vertrouwen vrij snel aan de ruiter.

Alle groene paarden werden zonder bit gereden, een bit geeft te veel verzet. Pas als het paard het zadel en de ruiter goed accepteert komt er ook een bit in te hangen.
Om de paarden goed voorwaarts te houden reed Gert met een klein spoortje. Hij gebruikte geen elastische singel want die buikriemen rekken te veel uit tijdens het bokken.

Na de koffiepauze kam het laatste paard binnen het was een vier-jarige volledig verreden K.W.P.N.–er. Jammer – voor het dier -  dat er al zoveel gebeurd was met dit paard. Het arme dier had al op verschillende ‘africhtings’stallen gestaan. Daardoor was hij introvert, onberekenbaar en onvoorspelbaar geworden. Gert zei ook steeds weer dat het paard ‘achteruit’  stond te kijken, en daar hield hij niet zo van.

Het is belangrijk dat een paard of pony professioneel zadelmak wordt gemaakt. En ook het aanrijden - dat is de volgende fase - moet in het belang van het paard- ook door professionals gebeuren. Maar dan gaan we ook nog uit van normale opvoeding tot 3 jarig paard.

Meer over het ‘opvoeden’ van veulens in het boek: De natuur van het paard geschreven door Dr. Marthe Kiley-Worthington, dit boek is door een van mijn vriendinnen, Wilma Wedman, vertaald. Ik heb haar geholpen met het redigeren van dit boek. Het script is naar de drukker. Als het boek uit is zal ik het op de site melden.

Toen Gert erop zat bleek dat het paard al zo geconditioneerd was dat hij wist dat de ruiter eraf zou gaan.

Dus hij bleef het maar proberen, het lukt hem niet om onze paardenman eraf te krijgen.


Op de vraag van zijn vrouw wat er verder met dit paard moest gebeuren antwoordde Gert dat het zeker enkele maanden training zou vergen om dit dier weer het vertrouwen te geven in zijn berijder. En op de vraag wat de eigenaresse met dit paard moest doen zei hij: ‘Verkopen, want voor elke niet super professionele ruiter is dit dier gevaarlijk.’
Ietwat bezweet stond de familie nog even na te praten met de fans.
En hij heeft er sinds die vrijdag twee nieuwe fans bij.