Jacobskruiskruid

 

Nieuwe website: JKK feiten en fabels.

Jacobskruiskruid
Bij het aanbreken van de herfst begint ook het seizoen van paardenziektes door het eten van giftige planten. Dat jacobskruiskruid een giftige plant is die jaarlijks vele paarden, pony’s en runderen ziek maakt is inmiddels wel bekend. Er is inmiddels dan ook het nodige bekend over deze plant met als gevolg dat een zoekaktie op internet vele duizenden websites oplevert, met veel nuttige maar net zoveel onzinnige informatie. Om door de bomen het bos weer zichtbaar te maken een overzichtsartikel over kruiskruid. Aan de orde komen: de plant, de bijbehorende ziekte en hoe die te onderkennen en te behandelen. Tevens tips over het voorkomen van de problemen en ook nog informatie over plantenvergiftigingen in het algemeen.


De plant
Jacobskruiskruid (JKK) is een lid van de grote groep kruiskruiden (senecio’s) waarvan vele leden giftig zijn. JKK spant de kroon en wordt vaak aangewezen als de oorzaak van vergiftigingen bij paarden en vee. Helaas stelt de plant geen erg hoge eisen aan zijn omgeving en ze komt overal in ons land voor. Nu er steeds minder gewasbestrijdingsmiddelen worden gebruikt en ook het bestrijden van bermonkruid sterk afgenomen is, neemt het aantal planten toe.
De plant is wel vrij makkelijk te herkennen aan het typische blad, de bosvorming en de kleine heldergele bloemen. Bij twijfel wordt de herkenning vergemakkelijkt door het vinden van de getijgerde rups van de jacobsvlinder (zie afbeeldingen).
De verse plant heeft een bittere smaak en wordt om die reden gelukkig door paarden gemeden als er voldoende ander eten is. In gedroogde vorm – in hooi – is de bittere smaak een stuk minder maar de giftigheid is onveranderd!


Het gif
Alle delen van de plant bevatten meerdere gifstoffen waarvan het pyrolizidine-alkaloïd de belangrijkste is. Alkaloïden komen zeer algemeen in vele planten voor en worden beschouwd als een produkt van de evolutie: deze stoffen maken de plant minder aantrekkelijk voor vraatzuchtige insekten (met uitzondering van de jacobsvlinder!). De gifstof wordt in het darmkanaal opgenomen en komt terecht in de lever waar het verval van levercellen veroorzaakt. De dode levercellen worden vervolgens door het lichaam opgeruimd. Dat proces is een kiemvrije ontsteking en op den duur kan daarbij steeds meer bindweefsel (lidtekenweefsel) ontstaan.


De ziekte
Als een paard ziek wordt bij een JKK-vergiftiging dan is dat het gevolg van problemen met de leverfunktie. Als een paard in één keer veel plantendelen opeet dan ontstaat er een heftige acute leverontsteking maar ook na het jarenlang nuttigen van kleine beetjes kan het paard plots ziek worden als het laatste beetje leverweefsel sneuvelt. Beide situaties leveren hetzelfde ziektebeeld op. Als de lever niet meer werkt worden lichaamseigen stoffen niet meer goed verwerkt. Bij leverziektes hopen die stoffen zich dus op en vergiftigen het lichaam. Behalve galkleurstoffen hoopt zich dan ammoniak op dat erg giftig is voor de hersenen (ammoniak wordt gewoon in de darmen gemaakt en bij een gezond dier netjes door de lever omgezet).
De ammoniakvergiftiging leidt tot zogenaamde “kolder”: door de gestoorde hersenfunktie gedraagt het dier zich raar en dat kan varieren van sufheid tot (gevaarlijke!) razernij.


De diagnose
Bij een verdenking op een JKK vergiftiging heeft de dierenarts een groeiend arsenaal aan mogelijkheden om de diagnose te stellen. Door bloedonderzoek kan worden vastgesteld of de lever is beschadigd. Ook ammoniak kan worden gemeten maar daarvoor moet het monster wel snel en gekoeld naar een ziekenhuis of naar de faculteit in Utrecht worden gebracht. Uit de bloeduitslagen kan niet worden afgeleid of de leverschade acuut is of door langdurige opname van JKK komt. Acute schade kan vaak nog behandeld worden maar lange termijn schade is vaak permanent en ongeneeslijk. De toestand van de lever kan worden bepaald door het nemen van een leverbiopt. Deze handeling kan na doorverwijzing naar een specialist worden gedaan. Het alternatief is om te gaan beginnen met de behandeling; als deze niet binnen enige dagen effect heeft kan worden aangenomen dat de leverschade permanent is. Sinds enige tijd kan bij de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer (GvD) de gifstof van JKK gemeten worden in bloed of weefsel van patiënten met een acute vergiftiging. De handeling van de specialist en meting bij de GvD zijn wel kostbaar.


De behandeling
Permanente leverbeschadiging is helaas niet te genezen maar dat komt gelukkig niet zo vaak voor. De meeste aangeboden patiënten blijken nog herstelbare leverontsteking te hebben. Die ontsteking moet worden onderdrukt met de ontstekingsremmer prednisolon. Als er sprake is van kolder dan moet het dier ook 24-uurs infusen krijgen om de stofwisseling en ontgifting te ondersteunen. Veelal is 2 tot 3 dagen infuus geven voldoende.


Voorkomen is beter dan genezen

Het voorkomen van een JKK vergiftiging lijkt zo simpel: er voor zorgen dat het dier geen JKK binnen krijgt. Dat valt in de praktijk niet mee. In de zomer valt het risico mee omdat er dan voldoende gras groeit zodat de dieren niet op zoek gaan naar alternatief eten. Als er echter te veel dieren op het perceel lopen zodat er tekorten ontstaan dan zullen de laagsten in rangorde beginnen aan struiken en kruiden. De bossen JKK zijn goed herkenbaar en moeten rigoreus uitgetrokken en weggegooid worden. Dit moet regelmatig worden gedaan omdat JKK snel groeit. Schrik niet als blijkt dat een JKK-bos flink aangevreten is; de jacobsvlinderrups is erg vraatzuchtig dus de schade hoeft niet per sé door een paard te zijn aangericht.
Uiteraard worden de risico’s minder als er in krappe situaties adequaat wordt bijgevoerd. Hooi van onbekende herkomst moet goed worden gecontroleerd op de aanwezigheid van JKK waarbij met name op de typische bladvorm moet worden gelet. Ook kan men de leverancier vragen waar het hooi vandaan komt en eventueel zelfs of hij kan garanderen dat er geen JKK in zit.
Als men twijfelt of paarden leverschade hebben opgelopen dan kan dit door een simpel bloedonderzoek worden vastgesteld lang voordat ernstiger problemen ontstaan.


Nog iets over andere gifplanten

JKK is niet de enige gevaarlijke plant. Sterker nog, er zijn erg veel gifplanten. Zuring, vingerhoedskruid, monnikskap, rhodondendron, azalea en groen eikenloof zijn maar enkele voorbeelden van een lange reeks. Dat klinkt best wel griezelig maar net als bij JKK zijn de risico’s beheersbaar als er maar voldoende veilig voer ter beschikking is. De herfst vormt een risicomoment omdat de grasgroei dan plots sterk afneemt en er soms onvoldoende of te laat wordt bijgevoerd. Bovendien vinden er in de herfst veel ongelukken plaats met (tuin)snoeisel dat onnadenkend in paardenweides wordt gegooid.

Tekst: Dr. Roel van Nieuwstadt
Specialist Inwendige Ziekten van het Paard
Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard, Faculteit der Diergeneeskunde Utrecht

Nog meer informatie en foto's onder deze knop.