Kijken en (van) alles zien.

 

Wist je dat het gezichtsvermogen van een paard totaal anders in elkaar zit dan die van een mens?

Hieronder de grootste verschillen tussen mens en paard:

Positie van de ogen: Het paard heeft zijn ogen aan de zijkant van zijn hoofd zitten, omdat het een prooidier is en van alle kanten het gevaar moet kunnen zien aankomen.

Onze ogen zitten vrijwel naast elkaar in ons hoofd gepositioneerd. Alle roofdieren, waaronder wij dus, hebben hun ogen redelijk aan de voorkant van hun hoofd zitten, kijk maar naar uilen, katten, honden, leeuwen. Zo kunnen ze heel doelgericht en scherp kijken naar een prooi.

Beweging en details waarnemen: Een paardenoog neemt veel beter beweging waar in de verte dan precieze details dichtbij. Hij heeft in zijn oog meer bewegingsreceptoren dan de mens.

Ziet hij onverwacht een beweging, dan heeft het paard de neiging op de vlucht te slaan als hij schrikt, omdat hij een prooidier is.

Totaal gezichtsveld: Paarden hebben een groter totaal gezichtsveld dan mensen: paarden kunnen bijna 360 graden om zich heen zien, terwijl ons gezichtsveld iets minder dan 180 graden beslaat.

 

Drie dimensionaal: Het paard kan met twee ogen maar een gebied van 70 graden driedimensionaal zien, dus met diepte. Daarom kunnen paarden moeilijker afstanden schatten dan wij.

Van de 180 graden die we als mens kunnen zien, zien we het grootste gedeelte met twee ogen waardoor we een groot binoculair gezichtsveld hebben, wat wil zeggen dat we diepte zien.


Dit plaatje komt uit het boek Equine Behaviour: Principles & Practice van Daniel Mills en Kathryn Nankervis

Monoculair: Het paard ziet met zijn linkerhoog een gebied van 142,5. Dit monoculaire gebied ziet hij met zijn rechteroog niet!


Daarom kan het voorkomen dat het paard op de linkerhand rustig langs een obstakel loopt en op de rechterhand ineens van het obstakel kan schrikken. De wereld ziet er namelijk voor het paard ineens heel anders uit met het rechteroog.

Blinde vlek: Paarden hebben achter zich een blinde zone van ongeveer 5 graden, precies daar waar de ruiter zit! Wij hebben een blinde zone van iets meer dan 180 graden. Het paard heeft nog een blinde vlek en wel direct onder zijn neus, wat natuurlijk lastig is bij het springen. EN ook als hij iets van je hand eet...hij kan het appeltje, dat jij in je hand hebt NIET zien, alleen maar voelen met zijn bovenlip en met zijn tastharen.
Dus knip nooit de tastharen om de mond af. Je 'amputeert' dan een deel van zijn gevoel.

 

Scherp stellen: Een paard kan in principe tegelijk in de verte en dichtbij zien. Als hij aan het grazen is, ziet hij de grond en tegelijk kan hij de verte goed zien. Wel is een beperking het vermogen om snel scherp te stellen op voorwerpen dichtbij. De vorm van de ooglens moet boller worden om iets dichtbij te zien. Een mensenoog kan zich qua bolheid beter aanpassen dan een paardenoog, een paard moet veel meer zijn hoofd op en neer bewegen om voorwerpen scherp en in detail te zien. Het paardenoog is, omdat het een prooidier is, van nature ingesteld op voorwerpen in de verte.

's Nachts zien: Verder kan een paard ´s nachts beter zien dan wij, maar daar staat tegenover dat het dan aanzienlijk minder scherp ziet.

Aanpassen aan licht: Een paard heeft ook meer moeite met aanpassen dan een mens als het plotseling van een donkere omgeving naar een lichte omgeving gaat en andersom.

Dit alles is belangrijk om te weten om zo het paard beter te begrijpen en mee te kunnen denken met het paard.

Wij (roofdier) moeten ons verplaatsen in de belevingswereld en de zintuigelijke waarneming van een paard (prooidier) om niet uit onwetendheid zijn natuurlijke gedrag en reacties bestraffen:

Als je van een donkere stal in een hel verlichte rijbaan komt, geef het paard dan even de tijd om aan het licht te wennen.

Dus onthoud alsjeblieft het volgende: de wereld ziet er voor een paard op de linkerhand er totaal anders uit dan op de rechterhand! !

Bij het zadelmak maken van een paard, gaan we dus precies daar zitten waar het paard ons niet kan zien en waar een roofdier hem in het wild aanvalt! Met dat we opstijgen zwaait er ineens een been in zijn rechtergezichtsveld, wat een jong paard enorm kan laten schrikken. Omdat een paard moeilijker scherp kan stellen, is het te verklaren waarom een paard plotseling schrikkerig kan worden van iets wat al enige tijd in zijn blikveld is geweest, maar nauwelijks gezien werd en plotseling scherp in beeld is omdat het paard zijn hoofd beweegt.