De liksteen.

Een mevrouw stelde een vraag:
Ze was langs een weiland gekomen waarin een aantal paarden liep en enkele daarvan stonden bij een paal aan iets te likken. Dat 'iets' leek wel een grote baksteen. Het antwoord was niet zo moeilijk: de paarden likten aan een liksteen. Enig verband met versteend verleden bleek er dus toch te zijn. In het verleden werden daarvoor brokken steenzout gebruikt.

Omdat die niet alle stoffen bevatten die men wenst, worden tegenwoordig kunstmatig samengestelde 'briketten' gebruikt. Als we daar nader op ingaan, zal het meer een biologisch dan een historisch verhaal worden.

Laten we bij het begin beginnen: zonder energie is er geen leven mogelijk, noch plantaardig, noch dierlijk. Energie die van buitenaf komt en die door het levende wezen moet worden opgenomen. Het overgrote deel van het leven op aarde dankt die energie aan de zon.

Dieren hebben daar direct niets aan. Ze kunnen zich laten opwarmen, maar ze kunnen de lichtenergie van de zon niet opslaan of omzetten in iets bruikbaars. Niet helemaal waar, maar laat ons de grote lijn aanhouden. Wie dat wel kunnen, zijn de groene planten, beter gezegd, planten die over de stof bladgroen beschikken.

Dat bladgroen is essentieel, want schimmels zijn vaak ook groen, maar dat komt niet door bladgroen. Kort door de bocht mag gezegd worden dat alle leven hier op aarde te danken is aan de zon. Ook weer niet helemaal waar. Er zijn planten, zoals enkele groepen bacteriƫn, die hun energie uit andere bronnen kunnen betrekken. Mocht de zon stoppen met schijnen - uitgebrand, hetgeen vooreerst niet het geval is - of mocht het zonlicht de aarde niet meer kunnen bereiken bijvoorbeeld door massa's stof in de dampkring door een meteorietinslag of vulkaanuitbarstingen, dan betekent dat niet het einde van het leven op aarde. Wel zal dat er heel anders uitzien de eerste miljarden jaren, maar dat is een ander verhaal. Terug naar het bladgroen. Planten die bladgroen bezitten kunnen uit water, kooldioxide en zonlicht een energierijke verbinding maken: glucose, druivensuiker, ook dextrose genoemd. Bij dat proces komt zuurstof vrij. Glucose is een enkelvoudige suiker zoals fructose, vruchtensuiker. Ruimer gezien zijn het koolhydraten, verbindingen van koolstof, waterstof en zuurstof. Met glucose en/of fructose kunnen ingewikkelder koolhydraten gemaakt worden zoals zetmeel. Ook andere energierijke verbindingen als vetten en eiwitten. Voor die laatste is echter naast waterstof, koolstof en zuurstof, ook stikstof nodig.

De lucht rondom ons bestaat voor bijna tachtig procent uit stikstof, maar er zijn slechts weinig organismen die daar gebruik van kunnen maken. Ook de bladgroen bezittende planten niet. Zij moeten het als mineraal uit de bodem opnemen. Het element stikstof is daar gebonden aan een of meer andere stoffen.

Hoe dat daar terechtkomt is weer een ander verhaal. Dieren en mensen kunnen geen eiwitten maken, ze moeten die uit hun voedsel halen. Ze kunnen ze wel vermaken en omzetten in soorteigen stoffen. Planten trouwens ook, ze maken er bijvoorbeeld vitaminen van. Stoffen die wij ook nodig hebben, maar zelf aanmaken lukt ons nagenoeg niet, dus moeten dieren en wij die betrekken via het voedsel. Ook planten komen er niet met de al genoemde elementen koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof alleen.

Dat een rode kool anders smaakt dan een witte komt omdat ze verschillende stoffen bevatten. Waarom die stoffen verschillen is ook weer een ander verhaal, maar voor de aanmaak ervan zijn andere elementen nodig. Zo heeft een plant voor de productie van het reeds genoemde bladgroen ijzer en magnesium nodig. IJzer in een voorfase, magnesium in het bladgroen zelf. Mensen hebben magnesium nodig voor het goed functioneren van het hart, de bloedvaten en het urinewegstelsel. Heel veel planten gedijen totaal niet als ze gebrek hebben aan kalk, fosfor, mangaan, zwavel, kali en koper. Ook wij hebben die, en andere elementen nodig.

Kalk voor de opbouw van de botten en fosfor is onmisbaar voor de energiehuishouding van ons lichaam. Zonder natrium, kalium en chloor werkt ons zenuwstelsel niet. IJzer is van wezenlijk belang voor ons bloed en eigenlijk voor ons hele bestaan. Het is onder meer een bestanddeel van de complexe stof hemoglobine - die overigens heel sterk op bladgroen lijkt - waaraan de zuurstof gebonden wordt, die nodig is voor het vrijmaken van de energie die we via ons voedsel hebben binnengekregen. In het geval we over te weinig ijzer beschikken, ontstaat bloedarmoede.

Hoe krijgen we dat binnen? Het overgrote deel (rond de veertig procent) door vlees te eten, met name lever. Verder via brood en graanproducten, aardappelen, groenten, fruit en vis, samen meer dan de helft. Wie dus vlees als voedsel afwijst, moet zorgen voor aanvulling vanuit andere bronnen. Dat is nog niet alles. Wie herinnert zich niet de discussie die er geweest is rond de fluoridering van drinkwater? In de Verenigde Staten van Noord-Amerika was geconstateerd dat in gebieden waar van nature fluor (fluoride) in het drinkwater voorkomt, veel minder tandbederf optrad dan in streken waar dat niet het geval was. Veel fluoride is niet eens nodig: als er in het water een milligram per liter zit, is het tandbederf de helft minder dan bij gebruik van water met minder dan 0,2 mg per liter. Er zijn eigenlijk maar 'spoortjes' voor nodig en vandaar dat dergelijke stoffen spoor- of sporenelementen genoemd worden.

Zo zijn we terug bij de paarden die hun behoeften aan elementen en mineralen dekten door aan een liksteen te sabbelen. Deze aanvulling op de maaltijd is nodig als het voedsel - de bodem dus- onvoldoende of geen van die stoffen bevat.

Kobalt bijvoorbeeld of zink en koper, zelfs arsenicum en molybdeen. Een rund met kobaltgebrek is niet veel meer dan een skelet. Heeft het kopergebrek dan zijn voortplanting en melkgift verstoord.

Maar zulke stoffen zijn toch giftig? Inderdaad en de grens tussen noodzakelijk en gevaarlijk is heel moeilijk vast te stellen. Normaal en gevarieerd eten is meestal de beste remedie ter voorkoming van gebreksziekten. Gebrek aan de elementen die ingebouwd worden in andere stoffen. Waren we toch nieuwsgierig wat er in zo'n liksteen voor paarden zit: zink, ijzer, koper, jodium, kobalt en selenium. Voor schapen: natrium, calcium, magnesium, kobalt, jodium, mangaan, zink en selenium.