Het toiletteren


Voor een wedstrijd of keuring toiletteer je een paard. Dit houdt in dat je het paard helemaal klaar maakt voor een wedstrijd en/of keuring. Er zijn verschillende onderdelen die je toiletteert, ze staan hieronder in categorieën. Het basis borstelen en hoeven uitkrabben valt ook onder het toiletteren.

TOILETTEREN VAN HET HOOFD

Tastharen rond de ogen en de mond.


De lange tastharen rond de ogen en de mond hebben bij paarden, zoals bij vele andere dieren, een belangrijke functie, het is de tastzin van het paard. Deze functie is vergelijkbaar met onze handen en daarom is het verboden om deze tastharen weg te knippen. Laat deze haren staan.

Baardharen (onderkaak en keelgang)

Bij paarden die niet voortdurend buiten staan kunnen deze haren verwijderd worden. Dit kan gebeuren door ze weg te branden (dit kan leiden tot stank, die niet door alle paarden zomaar wordt geaccepteerd) met een aansteker (of een kaars), wat bij lichtgekleurde paarden bijna onzichtbaar is. Bij donkere paarden zijn die verschroeiende puntjes aan het uiteinde van de haren wel zichtbaar.

Baardharen kunnen ook weggeschoren worden met een kleine tondeuse : een tondeuse met brede tanden (wegscheren in de richting van de haren) of een tondeuse met een verlengstuk (wegscheren tegen de richting van de haren). Baardharen kunnen ook geknipt worden met een schaar, dit gebeurt tegen de richting van de haren in dwz van onder naar boven toe.
In de winter zijn de baardharen niet altijd duidelijk te onderscheiden van het dekhaar.

De oren

De oren mogen niet meer met een tondeuse uitgeschoren te worden. Dit ziet er wel heel keurig uit maar is niet echt aan te raden omdat stof, regen, bacteriën en insecten makkelijk naar binnen kunnen. Wel is het mogelijk om op een veilige manier de langste haren weg te knippen. Deze haren worden met de vingers buiten het oor gehaald. De oorschelp wordt toegeknepen en met een schaar kunnen de haren die zich nu aan de buitenkant bevinden weggeknipt worden.


TOILETTEREN VAN DE HALS


De manen in de nek(= de 10cm achter de oren)

De manen in de nek kunnen weggeknipt, weggeschoren of langgelaten worden. Wegknippen (of scheren) is makkelijker voor de verdeling van de manen en voor de ligging van het halster of het hoofdstel.
Het wegknippen heeft verschillende maten naargelang het ras :
- Arabier : ongeveer 30 cm
- Quarterhorse : ongeveer één oorlengte
- Warmbloed : ongeveer drie vingers
Het wegknippen van deze manen in de nek verfraait het paard. Het paard lijkt edeler wanneer men meer dan drie vingers wegneemt, maar hoe meer haar wordt weggenomen, hoe korter de hals lijkt. Meer wegnemen biedt dus een voordeel voor paarden met een lange hals.


Het trekken van de manen in de hals

Indien de manen te lang zijn worden deze best getrokken, niet geknipt. Voor het trekken van de manen worden deze vooral niet gewassen of met een speciale spray behandeld, want dit maakt de haren glad en dan wordt het trekken veel moeilijker.

De keuze voor lange of korte manen wordt door de ruiter zelf gemaakt, maar bij sportwedstrijden en keuringen wordt meestal gekozen voor korte manen. Korte manen wil zeggen dat de manen getrokken worden op handbeedte zodat ze ook makkelijker in te vlechten zijn. (Handbreedte : hangt af van de smaak en de keuze van de ruiter, het model van de hals van het paard, volgens de modetrend van dat moment).

De manen worden ingekort door de lange haren uit te trekken mét wortel. Dit kan gebeuren met de hand of met de manenkam. Best worden niet teveel haren ineens genomen. De korte haren van de gewenste lengte worden naar boven gekamd. De langere haren die er onderuit steken worden rond de vingers of het kammetje gedraaid en uitgetrokken.

EN altijd nà het rijden, het paard is warm en de manen gaan erg makkelijker uit.

Heeft het paard héél dunne manen, dan mag de wortel niet mee uitgetrokken worden en worden deze haren beter ingekort met een schaar (speciaal : met tandjes) of een zaagmesje.
Een kam scheren of knippen kan natuurlijk ook.

Lange manen vlechten


Bij sommige wedstrijden en bij keuringen is het verplicht om de manen langs de hals te vlechten. Door de manier waarop de manen worden gevlochten kan het paard bijzonder fraai worden. Een paard met een veel te zware hals krijgt een beter uitzicht door de vlechtjes plat te laten liggen. Een te dunne hals vraagt rechtopstaande vlechtjes en bij een normale hals worden deze schuin geplaatst. Een combinatie van verschillende technieken kan de halsvorm verbeteren.
Deze technieken kan men alleen maar goed onder de knie krijgen door regelmatig te oefenen. Na enkele keren vlechten wordt men er handiger in en zal het resultaat dikwijls veel beter ogen.

Er zijn verschillende soorten vlechten :

** Als het paard lange manen heeft kan er een boerenpaardevlecht (of ook hengstenvlecht) gemaakt worden : een stuk haar wordt verdeeld in drie gelijke delen. Het vlechten wordt begonnen aan de nek en telkens wordt er aan één kant een beetje haren bijgenomen. De vlecht wordt strak tegen de hals aan gevlochten en het uiteinde wordt vastgemaakt met een elastiekje.

** Ook een arabieren-vlecht behoort tot de mogelijkheden. Deze techniek is hetzelfde als de voorgaande, maar met dit verschil dat de vlecht niet strak tegen de hals wordt gevlochten, maar wel geleidelijk aan naar beneden zakt, zodat de vlecht mooi de bespiering van de hals volgt.

** Tenslotte kan er ook een netwerk van ruitjes worden gemaakt : de manen worden verdeeld in verschillende staartjes (met elastiekjes of een wasknijper). Vervolgens wordt er telkens van de ene helft van het ene staartje de helft van het volgende staartje toegevoegd. Dit wordt vastgezet en telkens opnieuw herhaald. Zo wordt er een netwerk van ruitjes gecreëerd.


Heeft het paard korte manen, dan kunnen veel afzonderlijke vlechtjes worden gemaakt die men dan kan opknopen (oprollen naar binnen toe) tot kleine dotjes. Het aantal vlechtjes hangt af van de dikte en de lengte van de manen alsook van de lengte van de hals. De elastiekjes waarmee de vlechtjes vastgezet worden mogen wit zijn, of in de kleur van de manen. Het mooiste resultaat wordt bereikt wanneer de vlechtjes ongeveer even dik zijn en op gelijke afstanden gemaakt.
De vlechtjes oprollen en vastnaaien wordt ook veel gedaan omdat het resultaat zeker zo mooi is en de vlechtjes zitten vaster. Dit lijkt in het begin moeilijk maar ook hier geldt : oefening baart kunst. Vastnaaien heeft het voordeel dat er bij het losmaken veel minder manen worden uitgetrokken.

De maantop (voorlok of pony)vtrekken of vlechten


De maantop is het voorste gedeelte van de manen en bij het trekken van deze haren gaat men op dezelfde manier tewerk als bij de manen. De normale lengte is ongeveer tussen of juist boven de ogen. De maantop wordt best nooit recht getrokken (dit oogt niet zo mooi), het moet best een beetje in een boogje hangen.
Is de maantop dik of het hoofd nogal zwaar, dan laat men de maantop best wat langer. Is de maantop daarentegen dun of heeft het paard een fijngevormd hoofd, wordt de maantop best wat korter getrokken.
Men is nooit verplicht een maantop in te vlechten, er zijn ook weinig paarden die er dan mooier uitzien.


HET TOILETTEREN VAN DE BENEN

De zwilwratten en de sporen

De zwilwratten (worden aangetroffen aan de binnenkant van de benen boven de voorknie en net onder het spronggewricht) evenals de sporen (onderaan in de vetlok) zijn overblijfselen van de vetklieren van het prehistorisch paard. Ze worden gewoon met de hand afgeplukt, alleen het harde gedeelte. Indien de stukjes moeilijk loskomen, worden ze best eerst met wat water geweekt.

De vetlok

Bij paarden die op stal staan en goed verzorgd worden, mag de vetlok helemaal weggeschoren worden. Wanneer paarden veel (of steeds) buiten staan is deze vetlok nodig voor de afwatering en zeker heel belangrijk. Is de vetlok veel te lang, dan kan deze korter geknipt worden door de haren evenwijdig met de grond te trekken en vervolgens met de schaar evenwijdig met het been omhoog te knippen zodat de lok daarna weer mooi in een puntje valt.
Bij bepaalde paardenrassen (vb. Friese paarden) moet de vetlok heel lang zijn.

De kroonrand


De haren aan de kroonrand kunnen helemaal weggeschoren of weggeknipt worden. De hoef lijkt dan groter, en dat is mooier voor paarden met kleine hoeven. Zijn de hoeven heel groot, dan blijven deze haren best staan.


De hoeven

Een paard dat buiten loopt heeft meestal gezonde hoeven, en dan is enkel uitkrabben voldoende. Dit gebeurt best weg van het been. Wanneer een paard binnen staat moeten de hoeven elke dag uitgekrabt worden en de buitenkant moet regelmatig nat gemaakt worden.
Hoevenvet sluit de hoef af en is dus niet aan te raden om op de buitenkant te smeren. Eventueel kun je wel wat vet op de kroonrand smeren.

De benen

Eventuele lange haren aan de benen kunnen weggeschoren worden zoals bij de baardharen.
Opletten dat het werken met de tondeuse geen zichtbare sporen nalaat (strepen), als het maar om een paar lange haren gaat misschien beter een schaar gebruiken.

TOILETTEREN VAN DE STAART


Bij de dagelijkse verzorging van het paard blijft men best zoveel mogelijk van de staart af om hem niet te dun te maken.

Als de staart verzorgd wordt, begint men met de staart eerst te wassen. Als de staart dan opgedroogd is, kan men hem met de hand uitpluizen of met een borstel uitborstelen.
De lengte van de staart is normaal gezien ter hoogte van het midden van het pijpbeen (wanneer het paard stilstaat). Een gedragen (met een hand of arm eronder) staart komt dan tot aan de onderkant van het spronggewricht. Heeft het paard een hel dikke staart dan wordt deze best wat langer gelaten. Heeft het paard echter een dunne staart, dan lijkt deze mooier wanneer hij wat korter is.
Een staart wordt geknipt wanneer hij in gedragen stand hangt. Tijdens het knippen moet je de staart dus optillen.

De bovenkant van de staart kan men trekken, opscheren of invlechten :

** Trekken : dit wordt op dezelfde manier gedaan als bij de manen. Soms kan dit voor het paard pijnlijk zijn.
** Opscheren : dit gebeurt over een lengte van ongeveer 20 cm (een stukje lager dan het breedste punt van de bil). Hiervoor wordt best een tondeuze gebruikt zodat de onderste haren geschoren kunnen worden in een boogje omhoog tot aan de aanzet van de staart. De overige haren worden met de schaar bijgeknipt tot de staartwortel mooi smal oogt (regelmatig bijhouden).
** Invlechten : Men neemt drie stukken om te vlechten en telkens worden er links en rechts steeds haren bijgenomen, altijd ongeveer evenveel. De vlecht moet goed in het midden gehouden worden, wordt goed aangetrokken en minstens 20 cm ingevlochten. Men kan invlechten tot aan het einde van de staartwortel wat een mooi effect geeft bij paarden met een dikke lange staart.
** Wil men tenslotte graag een krullende staart, dan worden in een natte staart een aantal vlechten gemaakt die daar blijven zitten tot de staart droog is. Wanneer men deze dan losmaakt en uitborstelt, krijgt men als resultaat een mooie golvende staart.

SCHEREN


Eigenlijk is scheren van paarden heel nuttig bij paarden die tijdens de winterperiode veel werk verrichten omdat paarden met winterharen immers meer zweten en dus veel moeilijker opdrogen. Geschoren paarden zijn natuurlijk ook makkelijker te onderhouden (te poetsen : wat niet wil zeggen dat deze paarden niet moeten gepoetst worden, integendeel, maar het gaat wel makkelijker met geschoren haren).

In alle andere gevallen biedt de vacht de beste bescherming tegen de winterkoude. De periode om te scheren loopt van ongeveer half oktober tot half februari.
Paarden die geschoren zijn, moeten altijd een deken opgelegd worden. Ook wordt hun gewicht de eerste weken best in de gaten gehouden; door de isolatielaag van het paard weg te nemen kan het zijn dat zij aan vetverbranding gaan doen omwille van de extra verbranding die nodig is om zich warm te houden. Hierdoor kunnen zij in gewicht afnemen en in dat geval wordt best de voeding aangepast.

Geschoren paarden zijn in het begin van het werk dikwijls wat heviger, dit is gewoon omdat zij zicht willen warm houden. Eventueel kan de opwarming gedaan worden om een daarvoor speciaal ontworpen uitrijrijdeken of te wel (nier)deken.



Scheren

Het staartbegin wordt nooit geschoren (altijd in een punt scheren). Om dit te bepalen wordt de breedte van de staartwortel genomen en gaat men vanaf daar 10 cm omhoog. Vanuit dit punt tekent men met bijvoorbeeld zadelzeep een driehoek naar de zijkanten van de staartwortel. De haren binnen deze driehoek blijven dus staan.

Wanneer men kiest voor het jachtpatroon, worden normaal gezien de benen niet geschoren. Deze paarden kunnen ook makkelijk buiten wandelen en werken (betere bescherming tegen verwondingen). Indien de benen niet geschoren worden, volgt men de bespiering bovenaan om de benen af te tekenen (niet recht).


Scheertechniek
Scheren doet men best met een daartoe speciaal ontworpen grote tondeuse (met fijne mesjes).
** Het best begint men bij de schouder en laat men het paard eerst wennen aan de trilling en het geluid. Vervolgens scheert men altijd tegen de richting van het haar, waarbij men de tondeuse niet altijd moet opheffen wanneer men van richting verandert. Dit is zeer storend voor het paard.
** De tondeuse moet best heel licht in de hand gehouden worden en bij het scheren houdt men eenzelfde zachte druk aan. Met de andere hand blijft men in contact met het paard, wat nuttig is om te voelen of het paard schrikt of wegspringt (veiliger voor de verzorger) en zo kan de huid ook wat meer aangespannen worden. Men werkt best met korte stukken en de plaatsen die niet voldoende geschoren zijn behandeld men meteen opnieuw. Hier wordt best niet mee gewacht tot het paard helemaal geschoren is, want anders krijgt men strepen.
** Bij het scheren moet men de tondeuse regelmatig van olie voorzien, zeker wanneer deze dreigt warm te lopen (naaimachineolie gebruiken). De olie wordt op de messen gedaan, aan de zijkanten, in de daartoe bestemde holten en aan de bladveren achteraan.
** Na het gebruik de tondeuse goed reinigen.
-------->>>>>>> Opletten met het SNOER !!

Moeilijk te bereiken plaatsen
** Aan de keel : (overgang met de hals) best aan een andere persoon vragen om de kin van het paard omhoog te duwen zodat dit gebied helemaal uitgestrekt wordt en kan uitgeschoren worden.
** Elleboog : men heft het been op en steekt dit tussen de eigen benen. Met een stap achterwaarts wordt de elleboog uitgestrekt en kan deze zo geschoren worden. Dit kan indien het paard rustig is. Bij een onrustig paard of de eerst keer misschien toch best met z'n tweeën zijn.
** Rimpels tussen de voorbenen : een andere persoon vragen om te helpen het andere been op te heffen en de knie naar buiten te trekken om zo de borst breder en rimpelvrij te maken (aan beide kanten).
** De plaats waar de singel ligt : een andere persoon neemt het voorbeen op en strekt dit helemaal uit naar voor wat een aanspanning van dit ganse gebied veroorzaakt.
** Bij de lies : opletten dat men het paard niet snijdt. De huid moet helemaal opgespannen worden en indien de paarden echt gevoelig zijn kan men deze plaatsen best met een kleine tondeuse afwerken.
** Kootholte van het voorbeen : het been optillen en de hoef losjes laten hangen in de hand.
** Voorkant van het been onderaan : dit voorbeen op de knie plaatsen of naar voor trekken.