Hallo Anne,

Ik kan daar een heel verhaal over schrijven, maar simpel gezegd is de moderne dressuur een soort van . . . klassieke dressuur. Kijk ook eens op de site van Marjolein van Oebele 69, zij heeft veel documentatie over de geschiedenis van de Klassieke Rijkunst
En het volgende artikel zal je meer inzicht geven:


'Moderne dressuur bestaat niet'

door Hanneke Paerels-Janssen

Onlangs was er een discussie gaande op een internetsite, namelijk: ‘Is moderne dressuur schadelijk voor het paard?’ Voorts ging de discussie tussen voor- en tegenstanders van de klassieke en de ‘moderne’ dressuur.

Alvorens die vraag te kunnen beantwoorden, zullen we ons eerst moeten afvragen: ‘Wat ís dressuur?’ Dressuur is het in harmonie ontwikkelen en verbeteren van de natuurlijke eigenschappen van het paard!

Waar staat klassiek voor? Klassiek wil zeggen - en dat hebben onze leermeesters al eeuwen geleden voor ons uitgevonden- dat de ruiter gebruik maakt van de natuurlijke reacties van het paard op hetgeen wij vragen middels onze hulpen, om zodoende het natuurlijk evenwicht om te zetten in een horizontaal en verticaal evenwicht onder de man. Velen wuiven het weg als zijnde ouderwets.

Nu is het zo dat het paard al eeuwen niet verder geëvalueerd is. Wel zijn we - vooral de laatste decennia - steeds fijnere, hoog in het bloed staande paarden gaan fokken, die geweldig kunnen bewegen. De kwalitatieve kenmerken van de klassieke dressuur zijn ongedwongenheid en lichtheid. Het paard werkt graag mee, mits de ruiter handelt met begrip voor de anatomie en psychologie van het paard. Paardrijden is logica. Dressuur is er voor het paard; het houdt het paard in een goede conditie, mits het klassiek gebeurt. De leidraad, de handvatten vinden wij in het Scala**. Hierdoor krijgen wij zogenaamde blije paarden, oftewel Happy Athletes!

En hoe zit het dan met die ‘moderne’ dressuur en de ‘nieuwe Nederlandse rijschool’? ‘Moderne’ dressuur bestaat niet, mijn inziens. Het is onbetwistbaar dat, naar mate de graad van correcte africhting verhoogt, de achterhand meer zal ondertreden en meer dragend zal worden, waardoor de voorhand wordt verlicht en de nek het hoogste punt wordt.

Deze training vereist begrip van rijtechniek en geduld van de ruiter en tijd om het paard zich te laten ontwikkelen. Alleen zó kan ongedwongenheid en lichtheid verkregen worden. Waar halen de oprichters van de zogenaamde ‘nieuwe Nederlandse rijschool’ hun basiskennis vandaan?

Of is het systeem erop gebaseerd dat men in zo kort mogelijke tijd een zogenaamd resultaat geleverd wil krijgen, dat echter – gezien vanuit het Scala**/Klassieke Rijkunst– faalt?! Om de rollkur/hyperflexie maar te benoemen als trainingsmethode, krijg je snel een ‘electrisch’ effect, oftewel: een been dat ‘hoog van de grond’ komt!

Juryleden
Is dit het resultaat dat we willen? Waar is de harmonie, ongedwongenheid en lichtheid?! Onze juryleden steunen in onderling gesprek de klassieke rijleer, maar handelen er niet naar in de praktijk. Het verschil tussen een Schenkelganger met een valse (hoge) knik en een correctgaand paard wordt niet gezien.

In de rollkur wordt het paard in een heel hoog tempo gereden met de kin op de borst, een overstrekte rug, die omhoog komt voor een ‘swing’-effect en een achterbeen dat achter de massa wordt geplaatst: Het paard komt hoog van de grond. Is dit nu die zogenaamde ‘controle’ waar men het over heeft binnen de ‘moderne’ dressuur?

Er komt steeds meer anatomisch (wetenschappenlijk) en rijtechnisch bewijs dat de rollkur wel schadelijk is voor het paard, onder andere van Dr. Gerd Heuschmann, auteur van onder meer het boek Dressuur onder vuur. Gerd Heuschmann is zowel paardenarts, ruiter (Warendorf) als trainer, op het hoogste niveau. Het zijn deze drie facetten, dat juist deze man bevoegd maakt om hierover te kunnen oordelen.

De vele blessures (gescheurde bovenhalsspieren, gebroken nek- en halswervels) bij paarden die in zijn kliniek komen, vormen het bewijs. Nu hoor ik u al zeggen: “Maar als je een gouden plak binnen weet te halen, ben je wel deskundig; die mensen weten wat ze doen. Het zijn de ruiters die hen proberen te evenaren, die de rollkur verkeerd uitvoeren.” Nee, die mensen zijn niet deskundig, niet op medisch vlak. Iedereen kan op You Tube(rollkur-dressage) zien dat deze manier van trainen niet op een verantwoorde wijze uitgevoerd kan worden en dus ook niet gezond kan zijn voor een paard! Het punt is dat de topruiters wel degelijk een voorbeeldfunctie hebben, ongeacht het feit dat eenieder zelf verantwoordelijk is voor zijn manier van trainen.Het probleem is echter dat de frustratie van vele ruiters steeds meer zichtbaar wordt, omdat het hen ontbreekt aan kennis van de klassieke rijleer en het hebben van rijkunstig gevoel om problemen op te lossen.

Gelukkig zijn er nog wel ruiters die hun paarden wel op een correcte en dus klassieke manier rijden. Zij hebben vaak minder spectaculaire paarden en zetten vaak dressuurtechnisch zelfs een veel betere proef neer.

Op internationaal niveau zijn er veel inspirerende voorbeelden, zoals Sylvia Iklé, Hubertus Schmidt, maar ook de jongere Alexandra Korelova, Carl Hester en Patrik Kittel. De laatste liet met Scandic op 6 februari nog de beste proef van de avond zien tijdens de KWPN-hengstenkeuring in Den Bosch. Niet dat hij daar voor beloond is. Nee, we willen spektakel. Een voorbeen dat net zo hoog komt als het been van een soldaat uit het Russisch leger. Vroeger werd dit beoordeeld met een twee, nu met een negen.

Ook zien we een ‘spastische’ piaffe en passage, als gevolg van de rollkur. In de breedtesport zien we helaas een hoog van de grond komende, passage-achtige draf, maar een gewone verzamelde draf laat men niet of nauwelijks zien!

De rollkur is niets nieuws! In de negentiende eeuw is het al uitgeprobeerd door de Fransman Francois Baucher, een circusdirecteur. Zonder succes, overigens!

Toch blijf ik hoopvol voor de toekomst. Er zijn zoveel goede ruiters en instructeurs in het veld, die in navolging van vakmensen als Piet Oothout, Henk van Bergen en Ernest van Loon wel op die broodnodige klassieke manier werken. Alleen door een paard alle fases van training, en daardoor ontwikkeling, te laten doorlopen, kan de ruiter met plezier en in harmonie met het paard vooruitgang boeken, op welk niveau dan ook!

Dressuurrijden en wedstrijdrijden hoeven elkaar niet te bijten.

Hanneke Paerels-Janssen uit Kaatsheuvel is instructrice.
Deze opinie verscheen woensdag 4 maart in De Paardenkrant.

** Het Skala der Ausbildung’ van Gustav Steinbrecht is een soort ARBO ‘wet’ voor vierbenige werknemers.
Tact, ontspanning (lossigheid), aanleuning, impuls (schung), rechtrichten en verzamelen.
Meer informatie onder deze knop.