Welke deken is geschikt?

 

Met de winter voor de deur spurten veel paardeneigenaren naar de ruitersportzaak voor een paardendeken. Daar aangekomen is de keuze groot. Welke deken moet je hebben? Tien vragen over de aanschaf van de winterdeken beantwoord.

1. Wel of geen deken?
Het eerste wat je je moet afvragen is of jouw paard wel een deken nodig heeft. Zo geldt voor ongeschoren paarden dat de zone waarin paarden niet gaan rillen van de kou of gaan zweten van de warmte tussen de min vijf en plus vijftien graden Celsius. Bij een buitentemperatuur van ongeveer tien graden Celsius is het meestal wenselijk om geschoren paarden een deken op te doen. Sommige geschoren paarden hebben geen winterdeken nodig, terwijl andere ongeschoren paarden al trillen bij vijftien graden Celsius.

2. Welk type deken?
Staat je geschoren paard veel op stal, dan is het verstandig om hem een staldeken op te doen. Loopt je paard veel in de weide, dan is een outdoordeken geschikter. Gaat je paard overdag een paar uurtjes de weide in, dan kun je ook kiezen voor een staldeken en er in geval van slecht weer een dunne regendeken overheen doen.

3. Welke maat?
Als je de nieuwe deken op je paard legt en je hebt alle sluitingen dicht, dan mag de deken nergens trekken of knellen. Ga een stukje met je paard lopen, laat hem wat van de grond eten en stop je hand bij de schoft of de schouder onder de deken. Knelt het? Dan is de pasvorm niet goed.

4. Hoe sterk?
Heb je een paard dat graag overal in bijt, dan is het handig om een extra stevig model aan te schaffen. Hoe hoger het D-getal (denier), des te sterker de deken. Daarnaast geeft het materiaal, zoals nylon of ribstop, extra sterkte. Gemiddeld genomen is 300 D voldoende voor een staldeken en 600 D voor een outdoordeken.

5. Hoe dik?
Een staldeken heeft gemiddeld een vulling van 200 gram per m2 en een outdoordeken 300 gram per m2. Hoe dik de vulling moet zijn hangt af van een aantal factoren. Is je paard geschoren? Staat hij in een buitenstal of in een geïsoleerde stal? Het kan zijn dat een outdoordeken er dunner uitziet dan een staldeken, maar toch warmer is dankzij de hoge isolatiewaarde van het materiaal. 

6. Ademend en waterdicht?
Een staldeken hoeft niet waterdicht te zijn, maar wel ademend aangezien de ventilatie in een stal niet altijd optimaal is. Een outdoordeken hoort zowel waterdicht als ademend te zijn. Als een deken niet genoeg ademt, dan kan de overtollige warmte niet weg. Staat je paard te zweten onder zijn deken, dan is deze te warm of zelfs overbodig.

7. Doorgestikte of getapete naden?
De naden van een outdoordeken horen getapet te zijn om de deken waterdicht te houden. Om die reden zit er ook geen rugnaad op een outdoordeken. Staldekens hebben doorgestikte naden, deze zijn niet waterdicht, maar zorgen wel voor een beter model.

8. Loopsplitten of niet?
Bij staldekens zijn loopsplitten minder belangrijk dan bij outdoordekens. Staldekens hebben immers een betere pasvorm, maar paarden bewegen er ook minder mee dan met een outdoordeken.

9. Welke sluitingen?
Een dubbele borstsluiting zorgt ervoor dat een deken mooi aansluit op de schouderpartij van je paard. Je hebt borstsluitingen met eenvoudige gespen, maar ook met snelsluitingen. Voor paarden die aan gespen bijten en trekken zijn er dekens zonder sluiting. Deze zijn dicht aan de voorkant en moet je over het hoofd omdoen. Behalve de voorsluiting zitten er ook vaak kruissingels op een winterdeken, je moet een platte hand tussen de buik en de singel kunnen houden. Je kunt ook kiezen voor bilkoorden. Niet alle paarden vinden deze koorden fijn, daarom zijn ze vaak afneembaar. Datzelfde geldt voor beensingels, die om de achterbenen van het paard zitten.

10. Staartflap of halsdeken?
Als jouw paard in een buitenstal staat of geschoren is, is een halsdeken lekker warm. Tegenwoordig zijn er ook dekens met een hoog uitgesneden hals. Behalve dat deze deken de manen beschermt, is hij ook handig voor paarden met een hoge schoft, omdat de deken dan beter aansluit. Een staartflap is er om de staart te beschermen.