Paarden woordenboek

Aalstreep Donkere haarstreep die van de maantop via de manenkam en over de rug tot aan de staart loopt.

Aan de hand Manier om het paard te leiden, waarbij de geleider het paard aan de linkerkant het paard aan het hoofdstel, halster, ketting of halstertouw houdt.

Aanleuning Een ontspannen paard dat constant aan de teugel loopt en de achterhand correct gebruikt.

Aan de teugel Het paard heeft een ontspannen nekgewricht, de hals opwaarts gebogen ,en gaat met een licht gespannen teugel aan het bit. Om een paard aan de teugel te rijden moet je kuit geven en weer terug komen in de mond.

Aan het bit Zie ook: aan de teugel

Aanrijden a) Het paard vanuit stand, stap of een andere gang in een snellere gang laten overgaan

b) Een jong paard beleren, ook wel inrijden genoemd.

c) Op de hindernis komen afrijden.

Achterboom Achtergedeelte van het zadel.

Achterhand Het achterste gedeelte van het paard, ongeveer vanaf de lendenen. Het ligt een stukje achter het zadel.

Achterwaarts Het paard loopt achteruit

Actie De manier waarop het paard zich beweegt. Een goede rechte actie betekent dat de achterbenen de voorbenen de volgen zonder zijwaartse afwijkingen als 'maaien' en 'strijken'.

Aftands Term die wordt gebruikt voor een paard van zeven jaar of ouder (te zien aan de tanden).

Aftekening Witte vlekken aan het hoofd of aan de benen van het paard, die hij zijn hele leven houdt. Een bles. kol, witvoeten en sokken zijn hier een voorbeeld van.

Albino Paard met aangeboren pigmentgebrek, de haren en huid zijn altijd wit en de ogen rood. Albino's zijn lichtschuw en zien het beste in schemerlicht

Appelschimmel Schimmel (meestal een beetje grijs) met ronde grijze plekken die in de loop der jaren vervagen.

Appuyeren Dressuuroefening; het paard gaat voorwaarts - zijwaarts.

Africhtingsingel Een band met riemen en gespen, die om de buik van het paard gebonden wordt om het dekje op zijn plaats te houden.

 

B

 

Balbetrapping De hiel van de voorste voet wordt geraakt door de teen van de achterste voet. Ofwel, in paardenterminologie: de toon van de achtervoet trapt op de bal van de voorhoef.

Barema Een tabel van cijfers aan de hand waarvan een springconcours wordt gejureerd. Tabel A, bijvoorbeeld, wordt gebruikt bij het springen, en tabel C bij het rennen.

.Barrage Een ander woord voor opnieuw rijden of springen voor de eerste prijs van een springconcours, omdat diverse (of twee) paarden op dezelfde plaats zijn geëindigd. Het eindresultaat wordt beslist door springfouten, tijdfouten of een combinatie van beide

Beenaktie De energieke bewegingen van de benen.

Behang Veel haren om de benen en vetlokken, wat veel voorkomt bij trekpaarden en de Fries.

Bekappen Het bijsnijden van de hoef, eens in de vier ± zes weken, door een hoefsmid

Beslagen Het paard draagt hoefijzers.

Biest De eerste melk die een veulen drinkt van het moederdier. Deze melk bevat belangrijke afweerstoffen.

Bijzetteugels De bijzetteugels worden aan de ringen van het bit bevestigd en aan het andere eind aan ringen voor aan het zadel of longeersingel gegespt. Hiermee wordt gezorgd dat het paard makkelijker afbuigt en nageeft.

Bit IJzeren staaf of gebroken staaf, wat aan het hoofdstel zit en in de mond van het paard gaat. Aan het bit zitten teugels, waar je het paard mee kan besturen.

Bles Witte streep over de neus, een aftekening

Bokken Pogingen van een rijpaard om de ruiter, of zelfs alleen het zadel, af te werpen. Het paard doet dit door zijn rug te krommen en, gelijktijdig, te springen en plotselinge bewegingen te maken. Het paard bokt ook uit blijdschap als hij wordt losgelaten in de wei of bak.

Bouw De manier waarop een paard in elkaar zit, ook wel exterieur genoemd.

Bovenarm Bovenste deel van het voorbeen, boven de knie.

Bruinbont Paarden met witte en bruine of voskleurige vlekken

Bruine Licht-, rood- of donkerbruine vacht met zwarte manen en staart.

Byerley Turk Een Arabische hengst; één van de drie stamhengsten waaruit de Engels Volbloed is ontstaan. De Byerley Turk werd overmeesterd tijdens de belegering van Boedapest en door kaptein Byerley mee naar Engeland genomen - vandaar zijn naam.

 

C

 

Can 't see back Wollen stukken die naast de ogen zitten (soort oogkleppen), die speciaal bedoeld zijn voor dravers. Deze zorgen ervoor dat het paard niet achter zich kan kijken en dus ook niet onrustig van de andere paarden kan worden.

Cap Stevig, halfrond hoofddeksel, wat de ruiter tegen een val of trap tegen het hoofd beschermt.

Caprilli Caprilli, Frederico (1868-1907) was een Italiaanse cavalerie-officier die de moderne springstijl introduceerde zoals hij tot op de dag van vandaag op rijscholen wordt aangeleerd; de verlichte zit.

Carpitis Zere pijpen of knieproblemen bij jonge Volbloeds, die meestal worden veroorzaakt door te veel en te zwaar werk.

Cavaletto Mv: Cavalletti. Een kleine hindernis, bestaande uit een ronde balk of boom, die aan beide kanten wordt gesteund door twee kruiselings op elkaar geslagen latten. Wordt ook gebruikt bij het longeren en trainen van een dressuurpaard

Changementen Galopswissels

Chef d'équipe De persoon die, bij internationale evenementen, de rechtstreekse technische leider is van de deelnemende ruiters van een bepaald land

Cob Een paarden- en/of ponytype dat zich onderscheidt door een gedrongen, laag-bij-de-grondse lichaamsbouw. De beste Cobs zijn uitstekende rijpaarden die goed kunnen galopperen.

Cornage Een paard heeft cornage als het een aandoening aan de luchtwegen heeft, waardoor het snuift en piept tijdens de ademhaling. Een keeloperatie kan de kwaal verhelpen. Hierbij worden de verlamde stembanden, die het inademen bemoeilijken, weggehaald.

Couperen Het verwijderen van de staart, meestal bij trekpaarden gedaan, om te voorkomen dat de staart in de trekker komt. Tegenwoordig wordt het als traditie gedaan, maar is verboden in de meeste landen (in Nederland in iedergeval wel).

 

D

 

Derby De eerste springderby was in Hamburg in 1920. Kenmerkend voor deze springwedstrijd zijn het lange parcours en de bijzondere hindernissen, zoals wallen, ingegraven hindernissen, tafelhekken, greppels en stenen muren.

Diepe strobedekking Systeem van opstrooien in de stal waarbij elke dag nieuw materiaal (stro), over het oude wordt gestrooid.

Doorzitten In draf blijven zitten en meegaan met de bewegingen van het paard, in plaats van staan-zitten (lichtrijden).

Dressuurproef Proef die het paard en ruiter moeten afleggen, met verplichte figuren, waar cijfers voor worden gegeven. Er zijn verschillende niveaus.

Drieganger Paard dat drie gangen toont; stap, draf en galop.

Drievoudige sprong Drie hindernissen die zo dicht op elkaar staan dat ze weliswaar in drie sprongen moeten worden genomen, maar eigenlijk bij elkaar horen en als één hindernis moeten worden gezien.

Drijven De (natuurlijke) hulpen die worden gebruikt om het paard vooruit te laten gaan

Droes Een plotselinge, besmettelijke paardenziekte die samen gaat met koorts, neusuitvloeïng en abcessen in de lymfklieren, tegen de binnenkant van de onderkaak en/of aan weerszijden van de keelholte

Droge ledematen Wil zeggen dat je de botten en spieren onder de huid duidelijk ziet liggen. De Arabier bijvoorbeeld, heeft droge ledematen.

Drukplekken Kneuzingen of wonden van de huid van het paard, als gevolg van het drukken van een (slecht passend) zadel en singel.

 

E

 

Economische eter Paarden die met weinig voer toe kunnen. De meeste grote paarden hebben naast gras en hooi krachtvoer nodig, maar bij economische eters is gras al genoeg.

Edel Temperamentvolle, ranke en elegante paarden zijn edel

Equus Caballus Latijnse naam voor alle paarden.

Exterieur De lichaamsbouw van het paard

Extra gangen Normaal heeft een paard drie gangen; stap, draf en galop. Een paard dat één of meerdere extra gangen heeft, kan behalve de normale gangen ook extra gangen, zoals bij IJslanders de telgang en tölt.

 

F

 

Figuren Lijnen die je rijd in de bak, zoals een gebroken lijn, volte, van hand veranderen enz.

Flank Zijkant van het paard

Flemen Het paard steekt zijn neus omhoog en trekt zijn bovenlip op. Vooral hengsten doen dit als ze een merrie ontdekt hebben.

Fokmerrie Merrie die voor de fok gebruikt wordt.

Fox Trot Speciale gang, in deze gangen is de beenzetting hetzelfde als in stap. Hoorbaar als een zuivere 4-takt en zichtbaar door een vloeiende beweging met een sterk stuwend achterbeen waarbij de afdruk van de achterhoef die van de voorhoef ruim overtreft. Het voorbeen komt hierbij ruim en los uit de schouder. De hals en het hoofd maken een knikkende beweging in het ritme van de gang. DIt is een kenmerkende gang voor de Tennesse Walker.

 

G

 

Gaedingur (Spreek uit gaidinguur) IJslands woord voor een perfect geschoold rijpaard, met zeer goede gangen (de vijf gangen).

Gallen Zwellingen rondom het kootgewricht door een vochtopeenhoping.

Galvaynes Groef Een groef op het kauwvlak aan de buitenkant van de hoektanden in de bovenkaak. Ze verschijnen als het paard zo'n tien jaar oud is. De slijtage breidt zich daarna uit tot het paard een leeftijd van tussen de twintig en vijfentwintig jaar heeft bereikt.

Gangen Manier waarom het paard zich kan worden voortbewegen. Er zijn verschillende ritmes en snelheden. Je onderscheid meestal drie gangen; stap, draf en galop. Je hebt ook nog aparte gangen zoals de tölt en telgang

Godolphin Barb De derde van de drie stamhengsten die ten grondslag liggen aan de Engels Volbloed. De Godolphin Barb (of Arabier) werd in 1729 in Parijs gekocht door een zekere Edward Coke uit Derbyshire.

 

H

 

Halfbloed Paard dat een bepaald percentage Arabisch bloed heeft.

 

Halsriem Riem om de hals van het paard, die de ruiter vast kan houden als hij nog niet zo goed evenwicht heeft.

Halster Riemen aan het hoofd van het paard, waarmee je een paard kan leiden of vastzetten, en waar het halstertouw aan vast kan worden gemaakt.

Halstertouw Stevig touw dat met een paniekhaak of musketon aan het halster wordt vastgemaakt. Hiermee kun je het paard leiden en vastzetten.

Halthouden Het paard staat stil.

 

I

 

Ijsberber stalondeugd, waarbij het paard heen en weer loopt in de box.

 

J

 

Jaarling Een mannelijk of vrouwelijk paard dat tussen de een en twee jaar oud is.

Jodhpurs Lichte zomerrijbroek die tot de enkels loopt, met leren stukken aan de binnenkant van de pijpen.

 

K

 

Kaptoom Bitloos hoofdstel, dat van leer of nylon is gemaakt. Het wordt gebruikt bij longeren en jonge paarden en de africhting van jonge paarden.

Kentucky Derby De beroemste race voor Volbloeden in de Verenigde Staten. Hij wordt gehouden in Churchill Downs, Louisville, Kentucky, voor driejarigen, over een afstand van 1,25 mijl met een extra gewicht van 57 kg.

Klappen in de ijzers De lippen van het voorijzer worden geraakt door het achterijzer.

Klophengst Hengsten waarbij één of beide ballen niet in de balzak zitten, maar in het lieskanaal of in de buikholte. Dit is te verhelpen met een operatie, maar je kan het dier beter castreren, omdat de afwijking erfelijk is. Ook wel kryptorchieden genoemd.

Kneveltrens Een soort stang en trens ineen en kan met dubbele teugel worden gebruikt.

Koehakkig Foutieve stand van het paard, waarbij de achterbenen met de hakken binnenwaarts naar elkaar toe gegroeid zijn.

Koliek Buikpijn ontstaan als gevolg van diverse oorzaken; koud water, zand, darmverstopping.

Koordsingel Eenvoudige singel, gemaakt van katoenen koorden.

Koudbloed Elk zwaar trekpaardenras.

Krachtvoer Geconcentreerde voeding, zoals haver, biks enz.

Kribbebijten Een stalondeugd waarbij het paard zich met de snijtanden aan de rand van de voerbak, of iets dergelijks, vastbijt, en daarbij soms lucht inzuigt. Dit kan koliek veroorzaken.

Kruisen Een foutieve gang, waarbij de ene voet naar voren en naar binnen stapt, en min of meer voor de andere voet komt.

 

L

 

Leeftijdsbepaling De leeftijd van een paard kan worden vastgesteld aan de hand van de zes snijtanden. Als alle vaste snijtanden volledig doorgekomen zijn, heeft het paard een 'volwassen gebit'.

Lendenen Deel van het paard, wat vlak achter het zadel zit, aan beide kanten

Lendevuur Een spierziekte die vroeger veel voorkwam bij zware werkpaarden, en tegenwoordig bij sportpaarden. Deze ziekte staat ook bekend als maandagziekte.

Liksteen Een blokje zout voor het paard, dat wordt vastgemaakt in een houder. Het moet zowel in de stal als in de weide altijd beschikbaar zijn.

Longe Een geweven smalle band van zo'n 12 tot 15 meter lang, die aan het hoofdstel, het halster, of het kaptoom wordt vastgemaakt.

Longeren Het trainen van een jong paard door het de longe een cirkelvormige baan te laten lopen.

Longwormen Een parasiet die bij paarden ademhalingsproblemen veroorzaakt, tenzij dit wordt voorkomen.

Luchtzuigen Een stalondeugd die meestal in combinatie met kribbebijten voorkomt. Ook dit gedrag wordt veroorzaakt door verveling. Het paard bijt zich eerst vast aan de rand van zijn voerbak, buigt vervolgens zijn nek en zuigt grote hoeveelheden lucht naar binnen.

Lymphangitis Ontsteking van de lymphevaten.

 

M

 

Martingaal Martingaal Een soort hulpmiddel, dat is ontworpen om het paard te beletten het hoofd hoog te dragen en dus het bit te ontwijken.

Maryland Hunt Cup De oudste en bekendste steeple-chase van Amerika. De Maryland Hunt Cup wordt sinds 1896 elk jaar in Glyndon bij Baltimore gehouden over een permanent parcours op natuurlijk jachtterrein.

Melkmuil Paard met een bles die wijd uitloopt en waarbij de mond helemaal wit is.

Merrie Vrouwelijk paard.

Merrieveulen Een jonge merrie in het eerste levensjaar.

 

N

 

Niet-gedijen Het paard groeit niet genoeg, onder normale omstandigheden

Nieten De uiteinden van afgeknipte nagels, die zichtbaar zijn aan de voorkant van de hoef.

Nieuw-Zealand-dek Een waterdicht dek voor buiten, gedeeltelijk met wol afgezet, en met riemen die het op zijn plaats houden.

 

O

 

Ontsluitingsstadium Dit is het begin van de bevalling, als de baarmoedermond zich opent en de vruchtvliezen tevoorschijn komen.

Ophoudingen De handen bieden eerst weerstand en ontspannen zich vervolgens, terwijl het paard met de zit en kuiten wordt aangedreven.

Op de teugel hangen Het paard trekt aan het bit om te proberen de teugels uit de handen van de ruiter te trekken.

Overhoef

 

Zwellingen en botvergroeiïngen die ontstaan als gevolg van vochtophoping in ontstoken gewrichten van de voet. Ze ontstaan meestal doordat jonge paarden te lang en te hard werken. De aanleg is dan aanwezig.

Overgangen Het wisselen van een sneller of een langzamere gang.

Overstappen Een paard stapt over wanneer het zijn achterbeen in de indrukken van zijn voor voeten heeft achtergelaten.

OX Betekent Arabische Volbloed, en staat achter de naam van het Arabische paard in het stamboek.

 

P

 

Paardenhorzels Een paardenhorzel is een grote, dik behaarde, niet stekende vlieg. De wijfjes leggen eieren zo groot als speldenknopjes op het paard. De larven komen uit in het lichaam van het paard.

Palomino Goudbruine vacht met witten manen en staart.

Part-bred Halfbloed

Passage Dit is een hogeschool-gang; een zeer ritmische, verzamelde, verheven en gecadanceerde draf. De gang kenmerkt zich door een zeer duidelijke verzameling van de achterhand, een zeer ver doorbuigen van knieën en spronggewrichten, en een sierlijke, elastische draf.

Peesklap Kneuzingen of scheuringen van pezen, tijdens zwaar race werk, die worden

 

R

 

Ramshoofd Een bol hoofd, zoals dat van de Berber en van zware rassen zoals de Shire.

Raspen (van voeten) Het vijlen van het draagvlak en de hoefwand door de hoefsmid, voordat hij het paard opnieuw beslaat.

Rentelgang Telgang met de snelheid van galop.

Rittigkeit De natuurlijke aanleg om het evenwicht te behouden tijdens het dragen van de ruiter.

Het is ook de zelfhouding die past bij het gebruiksdoel van het paard.

Roskam a) De metalen roskam wordt gebruikt om borstels mee schoon te maken (en mag nooit op het lichaam van het paard gebruikt worden).

b) Plastic borstel met kleine plastic tandjes, mag op het lichaam worden gebruikt.

c) Rubberen, ovale, meestal zwarte borstel waar ronddraaiende bewegingen mee worden gemaakt, voor op het lichaam.

Rotstraal Een stinkende infectie van de straal van de hoef, die vaak wordt veroorzaakt door een onhygiënische stal.

Ruin Een gecastreerd mannelijk paard.

Ruwvoer Vezelrijke voeding, zoals hooi, stro en gras.

 

S

 

Schaatsenrijden Een foute gang, waarbij de voorbenen een draaiende beweging maken. Deze gang gaat samen met de Franse stand. Ook wel scheppen genoemd.

Scheren van rij- en jachtpaarden Hierbij wordt al het haar weggeschoren, op het haar aan de benen, en een zadeldekje na.

Scheren van Tuigpaarden Het verwijderen van het haar boven een denkbeeldige lijn die onderlangs de hals en de buik loopt.

Schiefel Verbening aan het pijpbeen, gewoonlijk aan de binnenkant van het been, maar ook wel aan de buitenkant.

Schimmel Paard dat is geboren als zwarte, bruine of vos en die in de loop de jaren steeds witter wordt.

Schouder voor De voorhand word licht naar binnen gebracht, zodat het binnen voor en achterbeen op een lijn zijn.

Schouder binnenwaarts De achterhand blijft op de hoefslag en de voorhand wordt licht naar binnen gebracht.

Het voorbeen op de binnenzijde kruist dat aan de buitenzijde.

Singelgallen Kneuzingen of wonden aan de onderbuik of achter de ellebogen van het paard. De kneuzingen worden veroorzaakt door wrijving van de singel

Slipjacht Een manier van jagen. Meute en jagers volgen, in plaats van echt wild, een kunstmatig spoor, dat met een in vossenurine gedrenkte lap, of iets dergelijks, getrokken wordt.

Snoekshoofd Een soort 'deukje' op de neuslijn. Dit zie je vaak bij Arabieren en paarden met veel Arabisch bloed

Spat Verbeningen aan de binnenkant van het spronggewricht door erfelijke aanleg of slijtage.

Staart- en maneneczeem Veel jeuk rond staart en manen. Dit komt alleen aan het eind van het voorjaar, in de zomer, en aan het begin van de herfst voor. Vooral veel IJslanders hebben daar last van.

Stalondeugden Verschillende slechte gewoontes die het paard zich aanleert, meestal doordat het zich verveelt in de stal.

Stekelharig Paarden met donkere dekharen en ook witte haren overal op het lichaam.

Stelling Een paard loopt in stelling als er een lichte buiging van hals of lichaam naar links of rechts plaatst zonder te kantelen.

Stiften Kleine ijzeren blokjes die onder de hoefijzers geschroefd worden om de kans op uitglijden te verminderen. Ook wel kalkoenen genoemd.

Straal Het V-vormige deel van de zool van de voet, dat als schokdemper voor de voet functioneert.

Strekken Het paard strekt zijn benen, zonder in een snellere gang over te gaan.

Strijken De hoef van het been dat naar voren wordt gebracht, raakt de binnenzijde van het staande been, meestal ter hoogte van de kogel.

Strijkwond Een wond aan de binnenkant van het been op pijpbeen of kogel, die wordt veroorzaakt door strijken.

 

T

 

Telganger Een harddraver die in plaats van de gewone draf, in een soort telgang gaat.

Temperatuur De normale temperatuur van een paard dat rustig en gezond is, varieert van 37 tot 38 graden Celsius

Tijgerharig Wit paard met kleine, regelmatige vlekken. Je hebt rode, gele, zwarte en bruine tijgers.

Tölt Gang met viertaktritme die meestal bij IJslanders voorkomt. Het is een zogeheten extra gang, die bij IJslanders gewenst is.

Trekken van manen en staart Het uitdunnen van manen en staart door enkele haren te nemen en deze voorzichtig uit te trekken.

Trektocht Rit te paard van een of meerdere dagen, waarbij allerlei bagage met behulp van zadeltassen wordt meegenomen.

Trens Het eenvoudigste bit, dat bestaat uit en een gebroken of recht mondstuk met aan beide uiteinden een ring.

Triple Bar Een hindernis met hoogte en breedte, die bestaat uit drie evenwijdig achter elkaar geplaatste bomen die oplopen in hoogte.

Tuig Ander woord voor harnachement, maar vooral gebruikt voor het harnachement van een tuigpaard.

 

V

 

Vastliggen Vastliggen wil zeggen dat het paard, tijdens het rollen op zijn rug, met zijn benen tegen de wand of de omheining komt, waardoor het niet meer terug kan rollen om op te staan. Een paard kan zelfs in een zeer grote stal vast komen te liggen

Verzamelen Het paard is verzameld wanneer het met afgebogen hoofd en goed aan de teugel gaande, met een verlaagde achterhand, veerkrachtig en licht, actief voorwaarts gaat.

Veterinair onderzoek

 

Een onderzoek dat door de veearts op het paard wordt verricht, om vast te stellen of het in goede gezondheid verkeert enz..

Vierganger Paard dat beschikt over de gangen stap, draf, galop en tölt.

Vijfgangenproef Proef voor IJslanders. De paarden worden in alle gangen voorgesteld, waarna de jury de gangen beoordeelt.

Vijfganger Paard dat beschikt over de gangen stap, draf, galop, tölt en (ren)telgang.

Volbloed Omschrijving van Arabier, Anglo-Arabier, Engelse Volbloed en Berber. In de meeste gevallen is het een Engelse Volbloed als alleen het woord Volbloed wordt genoemd. Een volbloed (zonder hoofdletter!) kan ook een ander raszuiver ras zijn; bijvoorbeeld een volbloed Fjord.

Vos Licht-, rood-, of donkerbruin paard met manen en staart in dezelfde kleur.

Vrijetijdspaard Paard dat niet in de wedstrijdsport wordt uitgebracht, omdat de ruiter liever recreatief rijdt, of omdat het paard niet geschikt is voor de wedstrijdsport.

 

W

 

Warmbloed Een naam waar alle paarden mee worden aangeduid die een bepaald percentage, maar minder dan 50% volbloed hebben.

Wending om de achterhand Een kwart cirkel op 2 hoefslagen. Het buiten achterbeen stapt om het stappende binnen achterbeen, totdat de wending is voltooid.

Wending om de voorhand. Het tegenovergestelde van wending om de achterhand.

Weven Een stalondeugd die wordt veroorzaakt door verveling. Een wevend paard schommelt heen en weer, van zijn ene been op zijn andere, en raakt uit conditie, omdat hij niet genoeg rust krijgt. Ook wordt de kans op slijtage van de benen groter.

Wijken (voor de kuit) Het paard kruist zijn voor en achter benen en wordt zijwaarts gedreven.

Wolfskies . Een extra tand die bij sommige paarden nooit, bij andere wel verschijnt, meestal in de bovenkaak. Soms zijn ze scherp en veroorzaken ze veel pijn. In dat geval moeten ze verwijderd worden

 

X

 

X Betekent Anglo-Arabier, en staat achter de naam van een Anglo-Arabier in het stamboek.

XX Betekent Engelse Volbloed. Staat achter de naam van een Engelse Volbloed in het stamboek.

 

Z

 

Zomereczeem Een allergie die ook wel zomerschurft wordt genoemd. Het paard krijgt ondraaglijke jeuk en scheurt zichzelf tot bloedens toe. Komt veel voor bij geïmporteerde IJslanders.

Zwartbonte Zwart-wit gevlekt paard.

Zwarte Paard met zwarte manen, staart en vacht.

Zweetdeken Katoenen dek voor onder het nachtdek van een zwetend paard, of om een zwetend paard te laten afkoelen.

Zweetvos Vos met lichtere manen en staart.

Zwilwrat Hoornige groeisels aan de binnenkant van het onderarmbeen.